A Masterly Hand / Scientia Artis 9
was niet uniek in de zestiende eeuw. Op 1 juni 1577 gaf Joannes Clercqz uit Roermond voor notaris Dionisius le Blancq te Londen volmacht aan Petrus en Andreas Wolf uit Heinsberg en aan Guilelmus Scholtet om uit de nalatenschap van zijn vader een bedrag uit te keren aan Joannes Henen te Ool. Deze akte van volmacht was voorzien van een verklaring van de lord mayor van Londen volgens wie Dionisius le Blancq aldaar openbaar notaris w as. 112 O ok het huwe- lijksregister van de Nederlands Hervormde Gemeente in Londen vanaf 1571 bevat partners die uit het gebied tussenMaastricht en Venlo afkomstig war en. 113 Op 22 juli 1548 verklaarde Johan van Oel met toestemming van zijn echt- genote Aleydis jaarlijks aan Gaert van Oel en Ummel diens echtgenote een rente van 5 Rijnse gulden te zullen betalen ten laste van hun halve huis op de Minderbroederstraat dat aan de achterzijde aan de stadsgracht grensde en naast dat van Jacob Lynkens van Holzwilre was geleg en. 114 Johan van Oel, Nael en hun nakomelingen Johan van Oel deed op 21 februari 1549 voor de schepenen van Roermond met toestemming van zijn echtgenote Nael afstand van anderhalve staal akkerland gelegen buiten de Ezelspoort op het Empsel (Deemsel) ten gunste van Thijs Scheyven en Trijnken. Ruim een jaar later, op 29 april 1550, droeg Johan van Oel met toestemming van zijn echtgenote Nael een half huis over aan Katrijne Ryepkens. Het huis was gelegen in de Minderbroederstraat, naast dat van Jacob van Viersen dat zelf op de hoek van de Begijnenstraat lag. De thans verdwenen Begijnenstraat lag in het verlengde van de Pelserstraat. Op 23 mei 1550 verscheen evenwel Gaedert van Oel, wettige zoon van Johan van Oel, voor het gerecht en oefende als naaste bloedverwant het recht van naasting uit. Vervolgens droeg hij het halve huis over aan Frans Hazewynckel en Katri ne. 115 Een jaar later, op 22 oktober 1551, waren Johan van Oel en Nael overleden. Voor de schout en twee schepenen verschenen Johan van Oel, met toestemming van zijn echtgenote Margriet, Johan van den Graeff, met toestemming van zijn echtgenote Anna, Derich Heisterman, met toestemming van zijn echtgenote Mette, Johan van Ercklantz, met toestemming van zijn echtgenote Stine en tenslotte Merten van Nyell, met toestemming van zijn echtgenote Mette. Zij droegen tweederde gedeelte van het huis waarvan Gairt van Oel het derde deel bezat, over aan genoemde Gairt en zijn echtgenote Ymmel. Het huis lag in de Minderbroederstraat naast dat van Jacob van Holtzwylre en dat van wijlen Frans Haesswynckel. Het was hen van ‘yren alden vaeder ind moeder Johan und Naelen van Oel eluyden anerstoyrven’. Gairt van Oel die nu eigenaar van het gehele huis was, droeg het vervolgens over aan Johan van Holtzwylre. Daarna verscheen Johanna van Oel, de dochter van Gairt, ten tonele. Zij oefende het naastingsrecht uit en verkocht het huis uiteindelijk aan de genoemde Jacob [sic] van Holtzwylre. Deze gezamenlijke erfgenamen van Johan van Oel en Nael verkochten een dag later, op 23 oktober 1551, een rente van 3 goudgulden ten laste van de stad Roermond aan Bado van den Gra ve. 116 Ke nnelijk werd in oktober 1551 de gehele erfenis geliquideerd en de opbrengst verdeeld. Wat leren deze akten nu over de familierelaties? Gairt van Oel die een derde deel van het huis had geërfd, was, zoals uit de eerdere akte van 23 mei 1550 blijkt, een zoon van Johan en Nael. De overige erfgenamen bezaten samen
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=