A Masterly Hand / Scientia Artis 9
83 Gerard Venner 3 82 Geertrude Nagels het gehele huis tegenover de minderbroeders over aan Barbara Segers. Wijn had tevoren drie aandelen van het huis gekocht, terwijl zijn echtgenote het vierde gedeelte uit de nalatenschap van haar overleden ouders Jacob Nagels en Mette was toegevall en. 108 D e beide overdrachten leveren aldus een Johan van Oel op die gehuwd was met Aleid Nagels, dochter van Jacob Nagels en Mette. Een andere Johan van Oel zal wel degene zijn die blijkens het testament van Johannes de Novimagio, deken van het kapittel van de H. Geest, van 12 juni 1492, met Katrine Velpluckers een huis in de Lage Hegstraat, de huidige Pollartstraat, bez at. 109 Op 12 december 1524 verscheen Johan van Oel als voogd van zijn echtgenote in het jaargeding en eiste in het bezit te worden gesteld van een halve morgen akkerland buiten Zwartbroek die aan zijn echtgenote na het overlijden van de vruchtgebruiker Jan van Aldenhoven krachtens erfrecht was toegevallen. Gerard van Vorst betoogde daarentegen, als voogd van de erfgenamen van Fije van Kessel, dat Johan van Aldenhoven en Fije het bewuste perceel samen hadden gekocht, zodat het perceel aan niemand anders dan op de erfgenamen van Fije van Kessel was vererfd. Johan van Oel repliceerde dat de zaken anders lagen. Het perceel was door Jan van Aldenhoven en zijn eerste echtgenote, de schoonmoeder van Johan van Oel, gekocht. Het proces kreeg een vervolg op 30 oktober 1525 toen drie vrouwen verklaarden dat achtenveertig respectie- velijk tweeëndertig jaar geleden Jan van Aldenhoven en Mette Nagelen het land in gebruik hadden gehad. Het vonnis luidde dan ook: aangezien Johan van Aldenhoven met zijn eerste huisvrouw die nu Aleid Nagels heet, het land in gebruik heeft gehad, zullen de erfgenamen van Aleid in het bezit van het land blijven, tenzij Gerard van Vorst kan bewijzen dat Johan van Aldenhoven het perceel met zijn tweede echtgenote heeft aangekoc ht. 110 In eerste instantie kan men uit dit proces concluderen dat deze Johan van Oel gehuwd was met een dochter van Johan van Aldenhoven uit diens eerste huwelijk met Mette Nagelen. De achternaam Nagelen roept associaties op met de eerder genoemde akten van overdracht uit 1490, volgens welke een Johan van Oel gehuwd was met Aleid Nagels en een schoonmoeder had die eveneens Mette heette. De Johan van Oel uit 1524-1525 zou ook identiek kunnen zijn aan de Johan van Oel uit 1490, maar dan worden de familieverhoudingen iets ingewikkelder. In dat geval was de schoonvader Jacob Nagels in 1490 al langer geleden overleden, waarna de weduwe met Johan van Aldenhoven was gehuwd. Na haar overlijden in of vóór 1490 hertrouwde Johan van Aldenhoven op zijn beurt met Fije van Kessel. Hoe dit ook zij, er is nog een derde tekst waaruit een relatie tussen een Johan van Oel en een lid van de familie Nagels blijkt. Op 2 december 1549 eiste Jacob Schere als voogd van Jenne Nagels van Johan van Oel een derde deel van een perceel akkerland buiten Zwartbroek. Johan van Oel antwoordde dat hem die eis vreemd voorkwam, aangezien hij al zeventien jaar in het rustige bezit van het land was. Als iemand een vordering zou kunnen instellen, dan was het de oom die in Engeland woonde. Jacob repliceerde dat hij in dezelfde graad gerechtigd was als de oom in Engeland. Hij eiste dan ook slechts zijn aand eel. 111 Migratie van inwoners uit onze streken naar Engeland is voor ons een verrassend gegeven, maar de vermelding van de daar verblijvende oom in 1549
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=