A Masterly Hand / Scientia Artis 9

79 Gerard Venner 3 78 aan het land van ‘Philips des meel res’. 78 Al dus kennen wij twee personen die schilder van beroep waren. Meer gegevens zijn bekend over een derde persoon, Derick Meelre, maar aangezien hij niet Derick ‘de meelre’ wordt genoemd, is niet zeker of hij werke­ lijk schilder van beroep was. Hij bezat blijkens een overdracht door Bele van Mersen aan Michiel van Hertevelt van een half huis in de Hegstraat op 19 november 1487 het belendende huis. Johan Hillen liet einde februari 1488 een vordering van 6 Rijnse gulden en 12 malder en een vat haver in de ­ oor­kondecedulen registreren ten laste van Derick Meelre. Op 23 juli 1488 was Derick al overleden. De niet nader genoemde weduwe verklaarde toen aan Johan Hillen op 6 december 14 malder en een vat haver, 8 malder rogge en 15 stuiver te zullen beta len. 79 Je nne, de weduwe van Derick Meelre, verklaarde op 14 mei 1489 5 Rijnse gulden schuldig te zijn aan Jannes van den Berge, te betalen op Sint-Remeis (1 oktober). Wanneer zij tevoren dertig karren ­ stalmest zou leveren in Jannes boomgaard buiten de Nielde rpoort aan de ­ stadsgracht, dan zouden 2 gulden op de vordering worden gek ort. 80 Tenslotte droegen de broers Jannes Meelre (met toestemming van zijn echt- genote Geertrude), Peter Meelre en Jacop Meelre op 2 september 1490 hun rechten op het huis in de Hegstraat over aan hun broer Derick Meelre en Cecilie. Het huis was hun nagelaten door hun ouders. In een doorgehaalde passage stond eerst: door ‘Derich Meelre horen vad er’. 81 D aar zij allen de ­ achternaam Meelre droegen, is ook ten aanzien van hen niet zeker of zij­ schilder van beroep waren. Johan van Oel de beeldsnijder Volgens G.W.G. van Bree zouden in Roermond omstreeks 1400 tenminste vier goudsmeden en zes beeldhouwers of houtsnijders werkzaam z ijn. 82 H et betreft inderdaad zes personen die als houtsnijder worden aangeduid, een beroep dat evenwel niet zonder meer met dat van beeldsnijder mag worden vereenzelvigd. Ofschoon de overlevering van bronnen door het ontbreken van stads­- rekeningen te Roermond veel ongunstiger is dan te Venlo, konden toch nog verschillende Roermondse goudsmeden en schilders worden aangetroffen. Hernieuwd onderzoek in de Roermondse bronnen heeft daarentegen slechts één beeld­snijder in de periode tot 1550 opgeleverd, de reeds bekende Johan van Oel de beeldsnijder. Uit de jaren na 1550 kan enkel vermeld worden dat het stadsbestuur op 8 oktober 1573 op voorspraak van de bisschop van Roermond besloot om Goert van Oel de ‘bildesnider’ een plaats te verlenen in het grote gasthuis op de Steenweg. Over zijn activiteiten als beeldsnijder is verder niets beke nd. 83 D e gegevens over Johan van Oel de beeldsnijder worden derhalve in deze bijdrage nog eens in een bredere context besproken. Daarna wordt voor zover mogelijk een beeld geschetst van zijn familie. Johan van Oel ontleende zijn naam aan het gehucht Ool ten zuidwesten van Roermond dat deel uitmaakte van het kerspel, de schepenbank en de parochie Herten. Te Ool bevond zich in 1293 al een veer over de Maas, v ia welk het handelsverkeer vanuit het (zuid)westen Roermond berei kte. 84 H et eerste gegeven over Johan van Oel is tevens het belangrijkste, omdat het op de uit­ oefening van zijn beroep betrekking heeft. In de oorkondecedulen werd op

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=