A Masterly Hand / Scientia Artis 9

Goudsmeden en schilders te Roermond Goudsmeden Een lijst van Roermondse inwoners uit 1396 die tiendhoenders aan de voogd van Roermond verschuldigd waren, noemt een Lambrecht Goltsmet in de Steeg, Sibrecht Lusen ‘goltsmet’ in de Swalmerstraat, Reynaer Goldsmeit in de Schoenmakerstraat en Willem ‘de goltsmeit’ op de Steenweg. Wanneer het bij twee van deze achternamen tevens om beroepsaanduidingen gaat, dan woonden in 1396 vier goudsmeden in Roermo nd. 73 Ee n goudsmedenambt wordt al in het vierde kwart van de vijftiende eeuw vermeld. Blijkens de oorkondecedulen van de jaren 1477-1490, die zoals gezegd rechts­handelingen en verklaringen bevatten die tijdens de zitting van de schepenbank door de betaling van gerechtskosten werden vastgelegd, liet Johan van den Baendt op 24 mei 1479 ‘alse meister van den goltsmedeampt’ een vordering inschrijven ten laste van Bernt Goltsmit. Dezelfde Bernt Goltsmitt wordt nog eens genoemd op 2 juni 1488, toen hij na aangesproken te zijn door Johannes ­Glazemeker ‘alse meister van den goltsmitampt’ verklaarde ‘dat hij den ampt tevreden helpen sall van den halven amptgelt van sijnen jongen den hij in ­sijnen huse heef ft’. 74 Be rnt zou dus het halve entreegeld ter ­ verwerving van het lidmaatschap van het gilde voldoen wegens de leer­ jongen die in zijn woning verbleef. Het was reeds bekend dat zeker vanaf 1600 het goudsmeden- of ­kunstenaarsambt niet enkel goudsmeden omvatte, maar ook schilders, glas­makers, wapenstikkers en beeldsnijd ers. 75 D e naam van degene die in 1488 als meester van het goudsmedenambt optrad, Johannes Glazemeker, wijst er waarschijnlijk op dat reeds vóór 1500 in het goudsmedenambt naast de goudsmeden ook andere kunstnijverheids­ beroepen waren verenigd. Het goud­smedenambt moet in ieder geval in de tweede helft van de zestiende eeuw een zeker aanzien hebben genoten. Uit dit relatief kleine gilde werd om het jaar een meester voor het sinds 1580 bestaande college van tienmannen gekozen, zoals reeds beschreven de ­ vertegenwoordiging van de gilden bij het stads­bestuur, met name bij het controleren van de stadsrekeningen. Rond 1550 waren minstens drie goudsmeden in Roermond werkzaam. Op 24 juni 1548 machtigde Cornelis van den Poll Johan Kaell goudsmid om voor hem in rechte op te treden. In hetzelfde jaar op 3 juli droegen Cornelis van Nunum en Lysbet aan Jan Anzem een halve staal akkerland over gelegen buiten de Moirkenspoort (Venlose Poort) en grenzend aan een perceel van meester Jan Kesselman goudsmid. Tiel van Lieck tenslotte verkocht met toestemming van zijn echtgenote Bele op 24 november 1550 een rente van 5 gulden ten laste van zijn huis aan de Nielderpoort bij de poel aan meester Lenart van den Berge goudsmid en zijn echtgenote Ag nes. 76 Schilders Meester Neude Wynter en Willem Knoupkens ‘der meelre’ verklaarden op 20 augustus 1486 25 Rijnse gulden schuldig te zijn aan Joist Kre mer. 77 O p 15 juli 1488 verkochten Steven van Venray en Griet aan Heyn Heysters en Marie Weckmans een perceel akkerland buiten de Moirkenspoort dat grensde

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=