A Masterly Hand / Scientia Artis 9
71 Gerard Venner 3 70 achttiende eeuw trad jaarlijks de helft af. De grote ambten presenteerden tien kandidaten waaruit het stadsbestuur er vijf k oos. 19 Vo or de rekrutering maakte men dus gebruik van de organisatie van de burgerij in de vijf grote ambten van de gewandmakers, smeden, schippers, brouwers en schoenmakers. Waarschijn- lijk reeds vanaf het begin van de zeventiende eeuw werd om het jaar beurte- lings een tienman gekozen uit de grote ambten en uit een daaronder ressorte- rend ambt, te weten uit de gewandmakers of goudsmeden, uit de smeden of kleermakers, uit de schippers of kremers, uit de brouwers of schrijnwerkers dan wel timmerlieden en uit de schoenmakers of bakkers. Het college van tienmannen werd door het stadsbestuur geconsulteerd en was aanwezig bij de controle van de stadsrekeningen. Het maakte evenwel geen deel uit van het stadsbestuur. Bij het instellen van het college van tienmannen in 1580 had het stadsbestuur uitdrukkelijk vastgelegd dat zulks niet nadelig mocht zijn voor het stedelijke privilege betreffende de benoeming van schepe- nen en raadsverwanten die als vanouds alleen de stadszaken behoorden te behandelen. Krachtens privilege van 1371 bekleedden de schepenen en raads- verwanten zowel in Roermond als in Venlo hun ambt niet voor een bepaalde tijd, maar voor het leven. De leden van het stadsbestuur waren dus in principe onafzetbaar. Zeker sedert de tweede helft van de zestiende eeuw vulde het stadsbestuur zelf vacatures op. 20 In tegenstelling tot verscheidene andere steden als Maastricht, Hasselt of Maaseik hadden de gilden in Roermond en Venlo geen invloed op de samenstelling van het stadsbestuur en bezaten de meesters van de ambten geen mogelijkheden om tot dit college door te dring en. 21 Zustersteden van ongelijk formaat De gelijklopende economische belangen die resulteerden in het gezamenlijk optreden van Roermond en Venlo in zaken van handel en scheepvaart betekenen niet dat het steden van gelijk niveau betrof, allereerst niet op het politieke vlak. Het hertogdom Gelder kende vanaf de veertiende eeuw een indeling in vier kwartieren, te weten de kwartieren van Nijmegen, Zutphen en Arnhem – ongeveer de huidige provincie Gelderland – en het kwartier van Roermond of het Overkwartier. Het Overkwartier omvatte het Gelderse gebied ten zuiden van Nijmegen, stroomopwaarts van de Maas, en werd om die reden Over kwartier of Opper-Gelre genoemd. Deze staatkundige eenheid van de vier kwartieren werd pas in de jaren 1580-1590 als gevolg van de Opstand verbro- k en. 22 In het Overkwartier kwam, zoals in de drie andere kwartieren, in de loop van de veertiende eeuw een college van ridderschap en steden tot ontwik- keling, de Staten van het Overkwartier, terwijl Roermond tot hoofdstad evolueerde, met andere woorden het politieke middelpunt van het Over kwartier werd. Roermond stond in ieder geval in de vijftiende eeuw met de andere hoofdsteden Nijmegen, Zutphen en Arnhem aan het hoofd van de ridderschap en kleine steden van de respectieve kwartieren. De vier hoofd steden riepen binnen hun kwartier de ridderschap en steden ter vergadering bijeen en vormden samen de belangrijkste gesprekspartners van de landsh eer. 23 Niet alleen in politiek opzicht, maar ook in de rechterlijke organisatie van het Overkwartier nam Roermond de centrale plaats in. Zeker sinds de tweede helft van de veertiende eeuw vervulde de schepenbank van Roermond
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=