A Masterly Hand / Scientia Artis 9

Wat Venlo betreft, zijn wij veel minder goed ingelicht over de gilden. In de zestiende eeuw kende Venlo in ieder geval achttien gilden, te weten die van de akkerlieden, molenaars, pelsers, kremers, kleermakers, zakkendragers, schippers, schippersknechten, bakkers, brouwers, linnenwevers, schoen­makers, zoutmeters, karbinders, vleeshouwers, kunstenaars, timmerlieden en schrijn- werkers en tenslotte het gilde van de smeden waartoe ook de metselaars en leidekkers behoord en. 15 Op vallende verschillen met Roermond zijn allereerst de omstandigheid dat in Venlo de schippers en schippersknechten in aparte gilden waren georganiseerd en voorts dat in Roermond een gilde van slagers schijnt te hebben ontbroken. De invloed van de gilden op het stadsbestuur In 1449 werd op verzoek van de werkmeesters en gezworenen en de meesters van de ambten namens de burgerij door het stadsbestuur van Roermond een college van zesmannen in het leven geroepen. Het omvatte twee personen uit de gezworenen (van het gewandmakersambt) en vier uit de ambten (‘van der gemeynten die in ampten sijn’). De zesmannen zouden aanwezig zijn bij finan- ciële transacties, het controleren van de rekeningen en voorts bij alle zaken die de stad betroffen. Het stadszegel, bedoeld om verplichtingen te bezegelen, zou opgeborgen worden in een kist met drie sloten. Het stadsbestuur zou een ­ sleutel krijgen, evenals de werkmeesters (van de gewandmakers) en de ‘vier mann van den gemeynte n’. 16 Een vertegenwoordiging van de gilden zou aldus invloed krijgen op het bestuur van de stad. Inderdaad worden de vertegenwoordigers namens de ambten sinds de tweede helft van de vijftiende eeuw enige keren genoemd. Zo gaven de burgemeesters, schepenen, raadsverwanten en zes­ mannen Gerard van Stege op 21 april 1462 de opdracht voorzieningen te treffen aan zijn watermolen. In 1473 werd met toestemming van de werkmeesters, gezworenen, zesmannen en andere burgers een overeenkomst gesloten tussen het stadsbestuur en de (erf)pachters van de windmolen op de Molenberg bij de parochiekerk. In 1483 verklaarde het klooster Emmaus te Roermond nog dat de burgemeesters, schepenen, raadsverwanten, werkmeesters, gezworenen en zesmannen hadden toegestaan om een huis binnen de stad te bouwen, terwijl op 6 juni 1527 de burgemeesters, schepenen, raadsverwanten, werkmeesters, gezworenen, rentmeesters, vrouwenbroeder, meesters van de ambten, twintig- mannen, burgers en ingezetenen van Roermond beloofden geen aanspraak te zullen maken op de volmolen en raamsteden van het kartuizerkloos ter. 17 Van 1528 tot 1580 is van een vertegenwoordiging van de gilden bij de behan- deling van stadszaken geen spoor meer te vinden, hetgeen aan de slechte over- levering van archieven te wijten kan zijn. Hoe het ook zij, de gezamenlijke meesters van de ambten stelden op 24 maart 1580 vast dat de burgerij hoe langer hoe zwaarder belast werd door het ingekwartierde garnizoen en dat de weinige leden van het stadsbestuur de zaken niet naar behoren konden afhan- delen. Zij stelden tien mannen voor die het stadsbestuur in de beraadslagingen ter zijde zouden staan. Het stadsbestuur ging in op dit aanbod in zoverre dat de tienmannen naar bevind van zaken door het stadsbestuur zouden worden opgeroep en. 18 He t aldus in het leven geroepen college van tienmannen zou tot het einde van het ancien régime blijven bestaan. Tot het begin van de

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=