A Masterly Hand / Scientia Artis 9

­ Graflegging zou zulks alleen aannemelijk te maken zijn als er oudere gegevens over deze beelden of over bijzondere devoties tot deze heiligen in de Munster- kerk voorhanden zijn. De H. Anna, de H. Bernardus en de Graflegging in de Munsterkerk vóór 1797 De vermeldingen betreffende de H. Anna gaan het verst terug. De Munster­ abdij betaalde in de jaren 1485-1497 jaarlijks een rente van 5 mark aan ( de fundatie van) het Sint-Anna-alt aar. 27 Bl ijkens een register van uitgaven over de jaren 1484-1499 werd in 1490 ‘noch tot Synt Annenbylt gegeven 21½ stuiver’. Iets later werd de uitgavenpost genoteerd: ‘Noch tot Synt Annen- byltken dat in choir steyt, te hulpe gegeven 21½ stuiv er’. 28 Te gen het einde van de vijftiende eeuw lijkt de Munsterkerk dus in het bezit te zijn geweest van twee Sint-Annabeelden, mogelijk een groot en een klein. Rond het ­ midden van de zestiende eeuw was er een broederschap met bijzondere ­ devotie tot de H. Anna. In 1550 treden immers Thijs van Lieck en Geryt van Velten op als ‘brodermeisters van Sint-Annabroderscap in gen Monster’ voor de schepenen van Roermo nd. 29 In de jaren 1644-1646 was er een geschil over de verkiezing van de abdis van de Munsterabdij. In het kader van deze kwestie werd op 18 juli 1644 door notaris Leonardus Dass een inventaris opgemaakt van de ‘ornamenten ende cyraeten als andere juweelen’ die aan de kerk behoorden. In deze inventaris worden zowel een Sint-Annabeeld als een Sint-Anna-altaar vermeld. Voor het beeld van de H. Anna waren voorhanden: een blauwe satijnen rok met zilveren kanten, een gebloemde rok in blauw en wit, een rok in rood en wit, een violette armozijnen rok, een antependium in blauw en wit, en een ‘gestrickt’ (gebreid) antependium met kleuren. Tot de uitrusting van het Sint-Anna-altaar behoor- den zes antependia en vier paar gordijn en. 30 He t Sint-Anna-altaar wordt ten- slotte nog in de achttiende eeuw verm eld. 31 De inventaris van de sieraden, paramenten, stoffen en andere roerende ­ voorwerpen van 1644 geeft een indruk van het interieur van de Munsterkerk. Naast het Sint-Annabeeld en het Sint-Anna-altaar werden drie Onze-­ Lieve-Vrouwebeelden genoemd: een kennelijk belangrijk beeld met vele ­ sieraden, een Onze-Lieve-Vrouwebeeld in het ‘completen choir’ en een in het ‘ joffrouwen choir’. Vervolgens werden de kleding dan wel stoffen opgesomd die behoorden tot het hoogaltaar, het Sacramentshuis, het Sint-Catharina-­ altaar, het Sint-Jansaltaar, het Sint-Ursula-altaar, het H. Kruis- of Sint-­ Leonardsaltaar, het Sint-Jelisaltaar, het altaar op het hoge koor en het Sint-Michielsaltaar. De kerk bezat vele reliekhouders in de vorm van hoofden en piramiden evenals ‘een wyt kleydt voor het heylich graeff’ waarmee de Grafleggingsgroep zal zijn bedoeld. De Munsterkerk was in de zeventiende eeuw een pelgrimsoord van de H. Bernardus. Fraai is dat te lezen in het reisdagboek dat Balthasar Moretus II in 1644 van zijn reis vanuit Antwerpen naar Frankfurt bijhield. Op 30 maart 1644 kwam hij in Roermond aan. Hij noteerde enige bezienswaardigheden waaronder de Munsterkerk met het graf van de stichters, en vermeldde voorts: ‘ In deselve kercke rust oock eenen vingher van St. Bernardus, aen denwelcken

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=