A Masterly Hand / Scientia Artis 9
59 Gerard Venner 2 58 gesteken worden ende ghewijdt eenige ringhskens, die gedraghen wordende, seer goet sijn teghen den cramp ende cort se.’ 32 Ge wijde ringen werden dus aan de vingerreliek van de H. Bernardus gestoken, waarna zij zouden helpen tegen kramp en koorts. De inventaris van 1644 vermeldt inderdaad ‘den vynger van St. Bernardus op een vyercante silvere bloexken’. De devotie tot de H. Bernardus blijkt voorts uit de aanwezigheid van een witte taffen kap, van drie witte satijnen mijters met parels bezet en een krans van zilverleer voor het Sint-Bernardusbeeld. Twintig schilderijen met episoden uit het leven van de H. Bernardus hingen in het koor. In 1666 konden de gelovigen een aflaat verwerven die op de feestdag van de H. Bernardus de Munsterkerk bezocht en. 33 Na de sluiting van de kerk in 1797 werd deze op 2 december 1803 weer geopend. De eerste gedrukte beschrijving van de Munsterkerk uit 1844 memoreert deze gebeurtenis en voegt eraan toe dat ‘de aloude plegtigheid, op het feest van den H. Bernardus op den 20 augustus vallende, met een talrijke pelgrimagie bezocht, hersteld is geword en’. 34 H et herstel van deze bedevaart naar de H. Bernardus kan dan op zijn vroegst op 20 augustus 1804 hebben plaatsgevonden. Bij G. Gruyters te Roermond werd een devotieprentje van vier pagina’s gedrukt, waarschijnlijk in 1804, aangezien de bisschoppelijke commissaris M.A. Sijben op 23 mei 1804 toestemming verleende tot het drukken (afb. 2 .4). 35 O p de voorzijde is Sint-Bernardus afgebeeld. Op de achtergrond staat de Munsterkerk gezien vanuit de Munsterstraat. Onder de afbeelding bevindt zich de tekst: ‘Afbeeldsel van het beeld van den heyligen Bernardus abt vereerd in de O.L.V. Munster Kerke binnen de stad Ruremonde’. Op de vierde pagina staat de volgende verhelderende tekst: ‘N.B. De O.L.V. Munster Kerke, of meer bekent onder den naem van St. Bernardus Kerke in de stad Ruremonde door Godts genade nu weder geopent, en het beeld van den heyligen Bernardus en het grootste gedeelte der heylige reliquien, nu weder tot vereeringe der geloovige, op hunne vorige plaetsen hersteld, word een ieder bekent gemaekt, dat den toevlugt en bedevaerden tot den heyligen Bernardus, als ook tot alle andere heyligen in dese kerke, met grooten iever toenemen, besonderlijk van degeene, dewelke jaerlijks hunne al oude seer loffelijke gewoontens, in het besoeken deser kerke komen verrigten.’ De devotie tot de H. Bernardus die vóór de sluiting van de abdij in 1797 bestond, werd in 1804 hersteld. Het is zinvol deze conclusie te benadrukken, omdat recent is betoogd dat de Bernardusverering door middel van bede vaarten pas in het begin van de negentiende eeuw op gang kwam. Het beeld zou pas in 1802 vanuit het in dat jaar opgeheven cisterciënzerinnenklooster Dalheim, gelegen net over de grens bij Vlodrop, naar de Munsterkerk zijn overgebrac ht. 36 D ie laatste bewering is voor het eerst zonder bronver melding in 1901 geuit door Franz Mayer, een overigens verdienstelijk amateur-historicus te Dalhe im. 37 D e thans bekende bronnen uit de negen- tiende eeuw steunen deze mening niet. Het devotieprentje van 1804 spreekt over de herplaatsing van het Sint-Bernardusbeeld. In de inventaris van de Munsterkerk uit 1831 wordt bij het Bernardusbeeld niets over de eventuele herkomst uit Dalheim vermeld. Afb. 2.4 Devotieprentje van de H. Bernardus, waarschijnlijk 1804, Maastricht, Regionaal Historisch Centrum Limburg, prentencollectie van het Rijksarchief Limburg, inv. 269 2.4
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=