A Masterly Hand / Scientia Artis 9
57 Gerard Venner 2 56 van deze abdij’. Ook een beeldengroep ‘het heilig graf ’ werd opgesomd. De groep stond tegenover de (noordelijke) ingang van de kerk, op de huidige plaats dus, en omvatte acht beelden, te weten Christus in het graf, Maria, vier vrouwen die Christus zalfden, Jozef van Arimathea en Nicodemus. Boven de beeldengroep hing een schilderijtje met het doek van Veronica. Aan de balustrade van het oksaal waren zeven schilderijen bevestigd die ieder een der zeven sacramenten bevatten. Op het oksaal of bovenkoor, de huidige galerijen, hingen acht schilderijen met de Bekering van Paulus, het Laatste Avondmaal, Jozef en Maria (een altaarstuk afkomstig van het begijnhof), de Vlucht naar Egypte, de H. Augustinus, de Wonderbare Brood- vermenigvuldiging, de Geboorte van Christus en de Boodschap aan Maria. Tot de zilveren voorwerpen behoorden een monstrans uit het ursulinen- klooster, een vergulde ciborie met koperen voet, een zilveren pixis ter bediening van zieken, twee vergulde kelken met loofwerk en een effen kelk afkomstig van de abdij. Interessant zijn voorts de vermeldingen van een zilveren relieken- kastje met een relikwie van het H. Kruis afkomstig uit de abdij, twee relieken- kastjes met relieken van de H. Antonius en de H. Jozef, een zilveren kroon van het Onze-Lieve-Vrouwebeeld en een missaal overtrokken met fluweel en voor- zien van zilveren platen waarop aan de ene zijde de H. Bernardus was afgebeeld en aan de andere zijde een familiewapen. Van de kerkelijke gewaden noemen wij slechts twee stellen witzijden misgewaden, een rood, purper en zwart stel, afkomstig uit de abdij, een witzijden en een rood stel misgewaden afkomstig uit de minderbroederskerk, een witzijden mantel voor het beeld van de H. Bernardus en vijftien mantels in verschillende kleuren, sommige met goud- galon afgezet, voor de Onze-Lieve-Vrouwebeelden. In de eerste decennia van de negentiende eeuw was het blijkbaar nog gebruikelijk om houten beelden, in ieder geval op bepaalde feestdagen, aan te kleden. De inventaris van 1831 leert ons allereerst dat het Sint-Bernardusbeeld, het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vogelsangh en de Grafleggingsgroep, alle ( met meer of minder overtuiging) met de Meester van Elsloo in verband gebracht, zich in dat jaar ook al in de Munsterkerk bevonden. Na de opening van de kerk in 1803 was er in ieder geval ten dele nieuw meubilair in de kerk gekomen, zoals het tabernakel, de preekstoel en het orgel. De voorgangers waren ofwel in de Franse tijd verkocht, ofwel in of na 1803 vervangen. De nieuw verworven objecten waren afkomstig uit de kerken van het voor malige minderbroedersklooster, het ursulinenklooster en het begijnhof. Er waren ook voorwerpen die al voor de opheffing van de Munsterabdij in 1797 tot de inboedel van de Munsterkerk behoorden. Uitdrukkelijk wordt dat vermeld ten aanzien van een kelk en een reliekenkastje, misgewaden en het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vogelsangh. Daar het Sint-Barbara-altaar het wapen van de abdis Adriana van Rheede bevatte, is het waarschijnlijk dat de hoog oprijzende barokke altaren na de sluiting van de kerk in 1797 zijn blijven staan in het gebouw dat geen nieuwe bestemming had gekregen. Van de genoemde met de Meester van Elsloo in verband gebrachte beelden weten wij alleen met zekerheid dat het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vogelsangh ook vóór de komst van de Fransen in de Munsterkerk aanwezig was. Voor de beelden van Sint-Anna (te Drieën), de H. Bernardus en de 2.3 b 2.3 c
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=