A Masterly Hand / Scientia Artis 9
Zoals reeds aangeduid werd de Munsterkerk in 1797 gesloten. De inboedel van de opgeheven kloosterkerken werd einde juli 1798 in het openbaar verkocht, maar grotendeels door welmenende burgers verworven. In december 1803 werd de Munsterkerk weer voor de rooms-katholieke eredienst in gebruik genomen. Is er sprake van (enige) continuïteit in de inrichting van het kerkgebouw vóór 1797 en na 1803? Weinig hoopgevende mededelingen treft men aan in de door F. Bock in 1873 gepubliceerde, maar waarschijnlijk jaren eerder geschreven verhandeling over de Munsterkerk. Hij verzuchtte: ‘Leider ist auch das kunstreiche Mobilar der Stiftskirche, desgleichen die älteren liturgischen Gefäße und Gewänder, die Jahrhunderte hindurch beredetes Zeugniß von der Opferwilligkeit und dem Kunstsinne der adligen Bewohner der ehemaligen Abtei ablegten, bei dem Zusammensturz aller geordneten Verhältnisse seit dem Beginne der französischen Revolution und den traurigen Tagen, die ihr unmittelbar folgten, spurlos verschwunden. Als das herrliche Bauwerk […] dem Gottes- dienste wieder zurückgegeben wurde, war die Kirche ihrer ehemaligen kunstreichen Utensilien gänzlich entblößt, so daß […] nur noch die nackten Wände den überraschten Besuchern entgegenstarrt en.’ 26 De reeds genoemde inventaris van het interieur uit 1831 geeft niet alleen een mooi overzicht van de inrichting, maar vermeldt in sommige gevallen ook de herkomst van de beschreven voorwerpen. Op het reeds genoemde hoogaltaar stond een tabernakel met zilveren loofwerk, afkomstig uit het ursulinen klooster, geflankeerd door twee verzilverde houten serafijnen. In het bovenste gedeelte van het altaar stonden een beeld van de H. Jozef en twee engelen beelden. De muren van het koor waren bekleed met een houten ‘boujering’ ( wandbekleding) waarin vier reliekkasten waren verwerkt. Op deze wand bekleding stonden zes beelden. Voor het koor bevond zich een communiebank voorzien van eikenhouten snijwerk. Het tweede en derde altaar van de H. Anna en de H. Barbara hebben wij al behandeld. Het vierde altaar gewijd aan de H. Laurentius was volgens de opstellers van de inventaris een ‘slegt maaksel’. De juiste plaats van dit altaar met het beeld van deze heilige is niet bekend. De plaats van het vijfde altaar is wel aangegeven. Het bevond zich achter het hoogaltaar, derhalve in de apsis waar thans het tabernakel is opgesteld. Het werd in 1831 omschreven als ‘eenen gothykschen autaar. Waar- schijnlijk is deze van de eerste stichting der kerk voortskomende’. Tenslotte bevonden zich boven de sacristie twee koortjes, ieder met een altaar, die niet de moeite van een nadere beschrijving waard werden geacht. In de kerk bevonden zich voorts een fraaie preekstoel, afkomstig van het voormalige begijnhof, en twee biechtstoelen waarop beelden van de H. Bernardus en de H. Johannes Nepomucenus een plaats hadden. Dan waren er nog twee kleine biechtstoelen of traliën, vijftig grote zit- en knielbanken van onderscheiden soort, vijfenveertig kleine banken, drie gestoelten en ‘eenen schoonen orgel waarop staan de beeldtenis van den koning David en 4 engelen’ afkomstig uit de minderbroederskerk. Aparte vermelding verdienden ‘ een Lieve Vrouwebeeld, mater dolorosa, voorheen bij de eerw. paters Minder- broeders alhier gestaan en in groote achting zooals ook de beelden van den H. Antonius en een Lieve Vrouwebeeld genaampt Vogelsang voortskomende 2.3 a Afb. 2.3 Werken in Roermond, Onze-Lieve-Vrouw Munsterkerk a H. Bernardus b Onze-Lieve-Vrouw van Vogelsangh c Graflegging
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=