A Masterly Hand / Scientia Artis 9

voor het eerst na meer dan zes jaar weer een heilige mis opdroeg. Het behoud van de in verval geraakte Munsterkerk wordt in eigentijdse stukken toege- schreven aan de persoonlijke inzet van de beheerders. Op 9 oktober 1807 ver- klaarde het kerkbestuur van de Sint-Christoffelparochie dat de heren Jan Jozef Meyer en Karel Simon de Vlodrop zich in 1803 bij de opening van de Munster- kerk op verzoek van vele burgers bereid hadden verklaard het beheer van het gebouw te aanvaarden. Daar de giften niet voldoende waren voor de noodza- kelijke reparaties, had J. Meyer uit eigen geldmiddelen aanzienlijke bedragen gestoken in restauratiewerkzaamheden en in het aankopen van een klok, een orgel en ander meubilair. Ook uit cultuurhistorisch oogpunt zijn J.B.J. Meyer (1754-1830) en K.S. de Vlodrop (1785-1847) interessante personen. Meyer die in 1830 kinderloos overleed, liet een grote schilderijenverzameling na, waaronder een H. Familie die aan Titiaan werd toegeschreven. Hij benoemde bij testament zijn buurman K.S. de Vlodrop tot executeur-testamentair. Ook hij stond bekend als een verzamelaar van schilderij en. 12 D e Munsterkerk werd dus beheerd door twee personen die vermogend en zonder rechtstreekse erfgenamen waren en bovendien een kunstzinnige smaak bezaten. Deze combinatie van factoren leidde ertoe, zo kan men vermoeden, dat zij zich uit eigen initiatief inzetten voor het behoud van het romaanse gebouw. Aan deze Karel Simon de Vlodrop is het waarschijnlijk ook te danken dat wij beschikken over een gedetailleerde ‘Inventaris der ornamenten, lijnwaden, zilverwerk en verdere mobilaire effecten, welke zich bevinden in O.L.V. Munster hulpkerk, voormalige abdijkerk van het order van den heiligen ­ Bernardus te Roermonde, opgemaakt in den loop van juny 1831 [ …]’. 13 Op deze lange titel volgen beschrijvingen van voorwerpen die zo gedetailleerd zijn dat het voor de lezer van thans nog mogelijk is zich een beeld te vormen van de inwendige toestand van de Munsterkerk omstreeks 1830, vóór de restauraties door Pierre Cuypers vanaf 1850. Onder het hoofdstuk ‘houtwerken, stand­ beelden en schilderijen’ is allereerst een ‘omschrijving der autaren’ opgenomen: ‘1. Hoogen autaar. De schilderij representerende de bezoeking van Maria aan hare nigte Elisabeth is een welgemaekt stuk […] 5. 2 de autaar van St. Anna. De schilderij representeert de hemelvaart Mariae, gegeven door de heer Meyer en gemaakt door den schilder H. Linssen in 1829. 6. 3 de autaar van St. Barbara, waarop geplaatst is het beeld van den H. Antonius, voormalig gestaan in de kerk der eerw. paters Minderbroeders alhier. De schilderij representeert de afdoening Christi van het cruis. NB. Deze drie bovengenoemde autaren zijn van hout en seer konstig in marmer beschildert.’ De drie genoemde altaren vormden blijkens de laatste opmerking mogelijk een ensemble. De altaren van Sint-Anna en van Sint-Barbara moeten, gezien de beschrijving van het interieur van het oosten naar het westen, tegen de ooste- lijke muur van het transept hebben gestaan aan weerszijden van het koor tegenover de beide gangen van de zijbeuken. De beschrijvingen uit 1831 van het

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=