A Masterly Hand / Scientia Artis 9
53 Gerard Venner 2 52 Sint-Anna-altaar met de negentiende-eeuwse Hemelvaart van Maria en van het Sint-Barbara-altaar met een Kruisafneming komen opmerkelijk genoeg overeen met die van de zijaltaren thans te Elsloo. Van de in 1831 beschreven inventaris verdween het hoofdaltaar waarschijn- lijk het eerst. Het werd niet pas verwijderd bij de plaatsing van het nieuwe altaar in 1850, zoals rector Creemers in 1870 meende. Het kerkbestuur van de Munsterkerk schreef op 18 mei 1851 aan Gedeputeerde Staten van Limburg dat ‘ zedert acht of tien jaren in de O.L. Vrouwe Munsterkerk geen hoog altaar aanwezig was, hetwelk wegens deszelfs gebrekkelijkheid destijds door het vorig kerkbestuur werd afgebroken en men zich van toen af bediende met een hoop op elkander gemetselde steenen in afwachting van eens door een of andere geldelijke hulp een nieuw altaar te kunnen oprigten’. Volgens A.J. van der Aa was het altaar in 1844 opgerui md. 14 D e rekening van 1844 vermeldt inderdaad een bedrag van 300 gulden wegens verkochte meubelen. Blijkens het sedert 12 maart 1849 bijgehouden kasboek werden in dat jaar diverse inventarisstukken verkocht, namelijk oude crucifixen en een troon, een oud boek, oude ‘peramidjes’, zeer waarschijnlijk reliekhouders, een crucifix en vier engeltjes, en oude miskleden. F. Louvigny verwierf ‘oude stukken eiken- hout’. Het kasboek vermeldt onder de ontvangsten op 2 januari 1850, 2 januari en 6 maart 1851 posten voor het totale bedrag van 401 gulden en 35,5 cent ‘ont- vangen van J. Claessens te Elslo op rekening der verkogte altar en’. 15 J. C laessens was ontvanger van de kerk te Elsloo. Uit deze posten uit het kasboek blijkt dus dat de zijaltaren in de kerk te Elsloo, gezien ook de beschrijvingen uit 1831, inderdaad uit de Munsterkerk te Roermond afkomstig zijn. In Roermond vond men beide barokke altaren kennelijk niet passen bij het te plaatsen nieuwe hoofdaltaar. Het kan zijn dat de altaren rechtstreeks vanuit de Munsterkerk naar Elsloo zijn vervoerd. Het is ook mogelijk dat zij eerst nog elders opgesla- gen zijn geweest. Blijkens de notulen van het college van regenten van het arresthuis te Roermond van 26 maart 1849 moest de grote zolder van het arresthuis worden ontruimd. Daar bevonden zich naast een voorraad hout van de timmerman Pollen ‘beelden en ornamenten van de Munsterkerk her- komst ig’. 16 He t arresthuis lag op een steenworp afstand van de Munsterkerk. Het was ondergebracht in het voormalige abdissenhuis aan de noordelijke zijde van het huidige Munsterple in. 17 Een directe relatie tussen Elsloo en Roermond kwam in 1848 tot stand. Bij de openbare aanbesteding van de nieuwe kerk te Elsloo voor notaris J.W. Boots te Amby op 8 mei 1848 werd het werk gegund aan Leonard Muysers, metselaar en bouwmeester te Roermond. Voor de juiste uitvoering van het aanbestede werk stelde Gerard Gruyters, meester-schrijnwerker en aannemer van werken, zich op 20 mei 1848 borg. Voor het kerkbestuur golden beiden als aannemers toen op 25 maart 1849 een overeenkomst werd gesloten over de verdeling van kosten van nog uit te voeren extra werkzaamhed en. 18 Na ar alle waarschijnlijk- heid hebben de Roermondse aannemers het kerkbestuur van Elsloo gewezen op de altaren die in hun vaderstad buiten gebruik waren geraakt.
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=