A Masterly Hand / Scientia Artis 9
parochiekerk van Reppel (afb. 5.28) die gehuld is in een soortgelijk gewaad met een hoekige halsuitsnijding en een geplisseerd hemd. Met deze twee laatste toeschrijvingen is het aantal ‘Elsloobeelden’ in de Londense collectie, inclusief de eerder genoemde Christoffel, Catharina en Samson, tot vijf opgelopen. Naast de beelden in het Victoria and Albert Museum en de bovengenoemde ‘ Liverpool Knight’ bleek Engeland nog een Elsloowerk te herbergen. In de verzameling van het huis Audley End in Essex bevindt zich een beeldengroep die ooit deel moet hebben uitgemaakt van een retabel of altaarkast (afb. 7.4). Behalve Williamson legt ook K. Woods in haar publicatie Imported Images van 2007 een relatie tussen het retabelfragment en de Meester van Elsl oo. 69 De beeldengroep neemt binnen het Elsloo-oeuvre een bijzondere plaats in. Als het hier inderdaad om een onderdeel van een altaar handelt, dan moet het fragment gezien de afmetingen uit een bijzonder groot retabel stammen. De scène die uit negen figuren bestaat, stelt een episode uit het leven van een heilige voor die een op de grond liggende man lijkt te willen genezen. Welke heilige is uitgebeeld, werd tot dusver niet achterha ald. 70 D e stijl van de beeldengroep heeft veel gemeen met het Elsloo-oeuvre. Woods wijst op het karakteristieke type van enkele figuren met een bebaard knokig hoofd en krullend haar dat doet denken aan de fysionomie van de beelden van Antonius Abt in Rheindahlen en Stramproy en aan die van enkele beelden in Neeroeteren. In 2001 werd het resultaat gepubliceerd van een inventarisatie van de laat- middeleeuwse houtsculpturen in het gebied tussen Maas, Roer en Wo rm. 71 Van het beeldenbestand in dit gebied, dat de Kreis Heinsberg en een gedeelte van de provincie Nederlands Limburg omvat, werd in totaal een zestigtal werken in verband gebracht met de Meester van Elsl oo. 72 Na ast de al toege- schreven werken werden dertien nieuw ontdekte beelden in de omgeving van de Elsloogroep gesitueerd. Vraagtekens Het chronologisch overzicht van het ‘leven’ van de Meester van Elsloo geeft aan hoe complex het fenomeen zich in meer dan een halve eeuw heeft ontwik- keld. Uit nood geboren om over een werkformule te kunnen beschikken, groeide de Meester van Elsloo geleidelijk uit tot een begrip binnen het laat middeleeuwse sculptuurlandschap van de Lage Landen. Desondanks is de ‘ Meester van Elsloo’ nog altijd een provisorische naam en na ruim zeventig jaar wordt nog naarstig gezocht naar de daadwerkelijke beeldsnijder of anders gezegd naar het DNA van degene die achter de Sint-Anna te Drieën in Elsloo schuilgaat. Dat de maker van dit referentiewerk in 1940 ‘Meester van Elsloo’ is gedoopt, vormt de enige zekerheid. Voor het overige ‘bestaat’ de anonieme beeldsnijder bij de gratie van het uitgebreide beeldenbestand dat door stilistische analyse op zijn noodnaam is geschreven. Het zwakke punt bij de samenstelling van het omvangrijke oeuvre is dat daarvoor uitsluitend stijlcriteria werden gehanteerd. Eenzijdige stijlkritiek vormt een wankele basis, omdat deze in hoge mate subjectief is. De diverse persoonlijk ingekleurde observaties van één en hetzelfde kunstwerk kunnen aanmerkelijk van elkaar verschillen of zelfs haaks op elkaar staan. Bovendien kan geen van de 1.29 Afb. 1.29 H. Ursula, Londen, Victoria and Albert Museum, inv. 621-1895
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=