A Masterly Hand / Scientia Artis 9

het ordenen van het archief van het Roermondse hoofdgerecht een interessante vermelding aan uit 1515 van een zekere Johan van Oel die eigenaar was van een huis in de Minderbroederstraat. Deze beeldsnijder oefende al in 1490 zijn beroep uit, wat op te maken was uit een andere archiefbron. Verder kwam aan het licht dat een bejaarde beeldsnijder Goert of Gairt van Oel in 1573 werd opgenomen in het grote gasthuis aan de Steenweg in Roermond. Omdat dezelfde namen meermaals naast elkaar in de Roermondse archieven voor­ komen, neemt Venner aan dat beide personen wellicht als vader en zoon zijn te beschouwen. Aangezien beiden in Roermond het beroep van beeldhouwer uitoefenden gedurende de periode waarin ook het atelier van de Meester van Elsloo hier zijn activiteiten zou hebben ontplooid, kan het volgens Venner zeer wel mogelijk zijn dat de Meester van Elsloo en zijn medewerkers met deze Johan van Oel en diens nazaten zijn te identificeren. Maar een definitief ant- woord in deze kwestie zou pas mogelijk zijn na een uitgebreid onderzoek van rekeningen en andere financiële bronnen van instellingen zoals kerken die over beelden van de Meester van Elsloo beschikten of deze nog bezitten. Met de vondst van uitgavenposten voor de aanschaf of de vervaardiging van houten beelden door Johan van Oel en diens zoon zou de identiteit van de Meester van Elsloo wel vaststaan, maar zulke zeldzame bronnen werden volgens Venner tot dan toe niet getraceerd. Slechts een enkel kasboek met inkomsten en uitgaven van de Munsterabdij in Roermond van de jaren 1484 tot 1499 is teruggevon- den. In dit register zijn weliswaar uitgaven voor de aankoop van beelden ver- meld, doch zonder de namen van verkopers of beeldhouwers. In 1986 maakte Venner in een volgende publicatie melding van een andere interessante archief- von dst. 54 Be eldsnijder Johan van Oel bleek tot de meesters van de Roermondse Onze-Lieve-Vrouwebroederschap te hebben behoord. Voor deze functie diende men over een zekere sociale status te beschikken; slechts leden uit gegoede families bekleedden doorgaans het ambt van meester in deze broedersch ap. 55 Laatgotische beelden uit Limburg en grensland In de catalogus van de tentoonstelling Laat-gotische beeldsnijkunst uit [ Belgisch] Limburg en Grensland die in 1990 in Sint-Truiden plaatsvond, vallen de vele vermeldingen op van de noodnaam ‘Meester van Elsloo’ die steevast worden gevolgd door de naam ‘Jan van Oel’ met vraagtek en. 56 In de inleidende hoofd- stukken komen tegenstrijdige uitspraken naast elkaar voor, zoals ‘de Meester van Elsloo, vermoedelijk Jan van Oel uit Roermond’, en ‘de Meester van Elsloo die op basis van de archiefvondsten van Venner, 1980, 1986, vereenzelvigd kan worden met Jan van Oel, werkzaam te Roermo nd’. 57 De ze expliciete aandacht voor de hypothetische identificatie van de Meester van Elsloo met Jan van Oel staat volgens H. Nieuwdorp in geen verhouding met het feit dat het hier nog maar om een toevallige archiefvondst g aat. 58 Zo nder verder bewijs is het belang van de naam Van Oel maar zeer betrekkelijk, omdat deze over het werk van de Meester van Elsloo niet meer zegt dan wat zonder deze identificatie al mogelijk was. Maar de belangrijkste kritiek van Nieuwdorp richt zich op de algemene teneur in de catalogus dat het gebied van de beide provincies Limburg geen echte centra of anders gezegd ‘artistieke broedplaatsen’ zou hebben geke nd. 59 De grote productie van de Meester van Elsloo zou naar de mening 1.26 1.27 Afb. 1.26 H. Cornelius, Horst, Sint-Lambertuskerk Afb. 1.27 Christus, Ellikom, Sint-Harlindis-en-Relindiskerk

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=