A Masterly Hand / Scientia Artis 9

315 Famke Peters 17 314 Eind 1875 heeft Courroit de restauratie van alle beelden, behalve dan die in erg slechte staat, afgerond en ze een plaats gegeven. De gedetailleerde factuur die volgt, omvat de volgende onderde len. 55 Va n het Marianum werden de stra- len en rozen terug vastgemaakt, de twee Mariafiguren gerestaureerd en een metalen stang ter ondersteuning van de beelden alsook een nieuwe sokkel vervaardigd. Verder werden tien heiligenbeelden en dat van Christus op de koude steen gerestaureerd en werden nieuwe ‘culs-de-lampe’ voorzien, waar- mee de houten consoles voor de beelden worden bedoeld. Tenslotte vernieuwde Courroit het triomfkruis en zijn basis. Ook de apostelen ondergingen een restauratie, er werd een nieuwe apostel gesneden (afb. 17.8) en de dwarsbalk waarop ze een plaats moesten krijgen, werd vervaardigd en geplaatst. De ­ Commissie inspecteert de werken en vraagt Courroit het Christusbeeldje op de balk wat hoger te plaatsen zodat het een dominante positie inneemt tegenover de aposte len. 56 Eerder werd al vermeld dat Courroit de verf van beelden verwijderde. Dit gebeurde op vraag van de Commissie om de aanwezigheid van sporen van oude polychromie na te gaan. Dit was echter niet in de oorspronkelijke offerte begrepen, de reden waarom de restaurateur extra geld vraagt voor ‘avoir fait disparaître les couleurs des 31 statues en b ois’. 57 W ordt hiermee gekleurde verf bedoeld die onder de witte verf aanwezig was en gaat het dan over een oude beschildering? Courroit meent alvast dat de originele beschermende verflaag, zoals hij die noemt, eerder al was verwijderd. Volgens hem is de aangetroffen polychromie dus van latere datum. De kerkfabriek blijft waarde hechten aan een nieuwe beschildering. Beeld- houwer Debeule vervaardigt in 1907 een Antoniusbeeld voor de kerk en de kerkfabriek wenst de oude beelden naar dit voorbeeld te laten beschilde ren. 58 De Commissie vraagt het beeld aan hen over te maken om de polychromie te bestuderen. Ze raadt aan van een van de beelden een afgietsel te laten maken waarop het type polychromie eerst kan worden uitgetest. In 1937 raadt de Com- missie nog aan de beelden met veel zorg te bewaren en op een goede plaats op te stel len. 59 H et is niet nodig ze te herstellen, maar wel om ze te laten boenen door een ervaren artiest. In die periode zijn ze dus onbeschilderd. In 1953 is er nogmaals sprake van de beschildering van de kerk en van zesentwintig beel- den. 60 H iervoor wordt zelfs een gunstig advies gegeven, maar over de uitvoering ontbreken verdere gegevens. Waarschijnlijk werden de beelden echter nooit opnieuw beschilderd. Op foto’s van het KIK gaande van het begin tot het ­ midden van de vorige eeuw is bij alle beelden immers het blote hout zichtbaar. Wel waren nog tal van verfresten aanwezig, die inmiddels werden verwijderd. Het Marianum lijkt op die foto’s daarentegen bedekt te zijn met een ver gede- gradeerde verfl aag. 61 W erd dit bij de negentiende-eeuwse ­restauratie toch niet afgeloogd? De resterende verf werd in 1955 in het KIK verwijd erd. 62 Sl echts hier en daar, met name in de dieper gelegen gedeelten, vertonen de beelden van Neeroeteren thans nog restanten van vroegere beschilderin gen. 63 De beelden hebben hun huidige uitzicht en opstelling dus grotendeels te danken aan de neogotische restauratiecampagne. Bij de apostelenreeks blijven er echter nog enkele vragen onopgelost. Tegenwoordig telt ze immers twee beeldjes van Jacobus de Meerdere, waarvan er één een vijftal centimeter groter Afb. 17.9 Apostel Filippus, Neeroeteren, Sint-Lambertuskerk 17.9

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=