A Masterly Hand / Scientia Artis 9

is dan de andere apostelfigur en. 64 W aarschijnlijk behoorde het grootste beeld oorspronkelijk niet tot de reeks, wat zou betekenen dat er nog een originele apostel ontbreekt. Hiervan wordt in de archiefdocumenten met betrekking tot de restauratie echter geen melding gemaakt. Het blijft dus onduidelijk wat er met de originele apostel is gebeurd, waar dit Jacobusbeeld vandaan komt en wanneer het aan de reeks werd toegevo egd. 65 V erder wijkt de voorstellingswijze van de apostel met het grote kruis, geïdentificeerd als Filippus, af van de andere apostelen (afb. 17.9). De opstaande geplooide kraag, de wijd uitlopende mouwen en het bidsnoer aan zijn riem zijn immers atypisch voor een apostelvoorstelling. Dat deed T.J. Gerits vermoeden dat het oorspronkelijk een Bernardusvoor­ stelling was met monnikspij en kruinschering, waarvan de kromstaf later werd vervangen door een kr uis. 66 V olgens P.-J. Maas werd Filippus’ hoofd dan weer vernieuwd door Courr oit. 67 Re cente observaties in het kader van het in het KIK gevoerde onderzoek naar de Meester van Elsloo ondersteunen voorgaande ver- moedens echter niet; qua afmetingen, technische uitwerking en stijl sluit het beeldje aan bij de andere apostelen. Uit het dendrochronologisch onderzoek blijkt nog dat het samen met twee andere apostelfiguren uit dezelfde boom werd gesne den. 68 O ok is Filippus’ kenmerkende attribuut, het grote kruis, gedeeltelijk origineel. Het werd dus niet later toegevoegd ter vervanging van een staf. B. Claessens meldt in 1903 nog dat twee apostelbeeldjes van recente makelij zouden zijn, weliswaar zonder hun identiteit te precise ren. 69 N ieuwe observaties wezen echter uit dat slechts één apostel – Paulus – van later dateert (afb. 17.8), zoals ook blijkt uit het verslag van Courroits restauratiecampa gne. 70 Vermeldenswaardig is nog dat op het einde van de negentiende eeuw van een aantal beelden afgietsels werden vervaardigd voor het toenmalige Musée d’art monumental, nu onderdeel van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel (afb. 17.10). Ze worden vermeld in de catalogus van afgietsels uit 1913. 71 Het geval Neeroeteren is exemplarisch voor wat er op het einde van de negen- tiende eeuw met kerkinterieurs gebeurde en getuigt van de toenmalige kijk op de restauratie van oude beelden. Daarbij vallen de soms tegenstrijdige opvat- tingen op van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschap- pen, de verschillende overheden, de kerkfabrieken en de restaurateurs, waarbij de ene partij al meer respect had voor de authenticiteit van de beelden dan de andere. De Commissie die op dit vlak vooruitstrevend was, vormde in deze periode een belangrijk advies- en controleorgaan. Ze was echter niet bij alle ingrepen in dezelfde mate betrokken, zoals andere gevallen aantonen. Verder onderzoek naar dergelijke ‘restauraties’ en ‘restaurateurs’ in Limb urg, 72 zo als B. Claessens, H. Telen en P. Brouns, zou tot een nog beter begrip kunnen leiden van de materiële geschiedenis van een groot aantal beelden en van de toenmalige visie op restauratie en esthetiek. 17.10 Afb. 17.10 Gipsen afgietsel van Antoniusbeeld uit de Sint-Lambertuskerk te Neeroeteren, einde 19de eeuw, Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=