A Masterly Hand / Scientia Artis 9

Inmiddels is het eind 1871 en is Malfait niet meer bereid de restauratie uit te voer en. 41 H ierop wordt voorgesteld de werken toe te wijzen aan Jules ­ Courroit (1831-1906), ‘professeur de sculpture à Hasselt’. Deze beeldhouwer volgde zijn opleiding aan de Academie van Leuven, werkte aan projecten in steen en plaaster in onder meer Brussel en Leuven en was een tijdlang werkzaam aan de Academie van Hass elt. 42 Z ijn restauratievoorstel blijft in eerste instantie beperkt tot de triomfgroep en het Marian um. 43 N a wat bijsturingen door de Commissie wordt de restauratie van alle oude beelden echter aan hem toever- trouwd. Het is de bedoeling om de beelden op de door de Commissie voor­ gestelde plaatsen op te stellen. Courroits prijsberekening is interessanter dan die van Malfait, maar een nieuwe beschildering van de beelden is niet inbegrepen. Daarom probeert polychromeur Wynrocx uit Sint-Truiden deze opdracht in de wacht te slepen. Hij legt meerdere voorbeelden van poly­chromie voor, waarbij hij de keuze laat tussen een eenvoudige of rijke beschilderi ng. 44 D e Commissie acht hem echter niet bekwaam om een dergelijk belangrijke opdracht uit te voeren. Midden 1874 zijn de werken goed gevorderd en vraagt Courroit een voor- schot voor de restauratie van het triomfkruis en de beeld en. 45 Ev en later ziet hij zich echter genoodzaakt de behandeling van een aantal beelden stil te leggen vanwege een onaangename ontdekki ng. 46 Z e waren immers beschilderd en onder de gekleurde laag had hij verwacht intact en stevig eikenhout aan te treffen, wat hem in staat zou stellen bepaalde aangetaste delen te herstellen. Bij het verwijderen van de beschildering stelt hij echter vast dat de beelden vroeger al gerestaureerd waren, waarbij – in zijn woorden – ‘la couche de bonne peinture primitive destinée à préserver le bois’, was weggenomen. Enkele beel- den zijn dan ook dermate vermolmd, dat een restauratie volgens hem onmo- gelijk is. Courroit stelt als oplossing voor om exacte kopieën in hout te maken van de Maria en Johannes bij het triomfkruis, de groep van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten met Christus, de Tronende Maria met Kind en de H. Catharina. De Commissie staat erop eerst de mogelijkheden te onderzoeken om het ­ vermolmde hout te behandelen, bijvoorbeeld met het chemische houtbescher- mingsproduct creosoot, zodat de originele beelden bewaard kunnen blijv en. 47 Volgens Courroit is dit vanwege hun slechte staat echter onmogel ijk. 48 V ervol- gens wordt op zoek gegaan naar de meest geschikte en tevens betaalbare manier om de beelden te reproduceren door afgieten: met een mal in gips of gelatine en reproducties in Ransome kunstzandsteen, een in 1844 door de Britse ­ Frederick Ransome ontwikkeld kunstgestee nte, 49 of in het toen nieuwe mate- riaal St aff, 50 te weten gips dat voor de stevigheid werd vermengd met ve zels. 51 Courroit wijst erop dat het maken van een mal een risico inhoudt voor de beelden en wil dergelijk werk niet uitvoeren alvorens de beelden te hebben vernieuwd in h out. 52 D e kerkfabriek beslist uiteindelijk enkel de Maria en Johannes bij het triomfkruis te laten vernieuwen, en de andere vermolmde beelden zo te la ten. 53 Zo als Courroit verkiest de kerkfabriek reproducties in hout, terwijl de bevoegde minister voorstander is van het goedkopere Staff. Helaas eindigt de correspondentie in 1877, nog voor er beslist is. Tegenwoordig wordt de Gekruisigde Christus echter geflankeerd door houten figuren van Maria en Johannes – kopieën of ingrijpend gerestaureerde beelden – , terwijl de drie andere beelden bij recente kerkbezoeken niet werden aangetrof fen. 54 Afb. 17.8 Jules Courroit, Apostel Paulus (?), eik, ca. 64 cm, ca. 1875, Neeroeteren, Sint-Lambertuskerk 17.8

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=