A Masterly Hand / Scientia Artis 9
29 Peter te Poel 1 28 maker van de Sint-Anna te Drieën in Elsloo, die als grondlegger van het atelier moet worden gezien, aldus de onderzoek ers. 38 Siersdorf-Neeroeteren : deze groep, voornamelijk samengesteld uit beelden in de kerken van Siersdorf en Neeroeteren, moet volgens Lemmens en De Werd direct na de Elsloovariant worden genoemd. De werken herhalen ‘bijna slaafs figuuropbouw en gewaadschema’s’ van de bovengenoemde Elsloogroep, ‘ doch niet vanuit dezelfde mentalit eit’. 39 Zo hebben de figuren aan levendig- heid ingeboet en ook in de houding is er een verstijving opgetreden. De gelaats- uitdrukking is minder strak en intens door enerzijds de grotere nadruk op vlakke partijen en anderzijds ‘de wijd opengesperde ogen’. De drapering van de gewaden is grafischer en minder onrustig in vergelijking met de drukke plooival van de Elslookerngroep. Tot deze meer schematische variant rekenen Lemmens en De Werd met name een aantal beelden in Neeroeteren, zoals Jacobus de Meerdere (afb. 1.22a), Christoffel (afb. 1.22b), Antonius Abt ( afb. 6.35), Sebastianus (afb. 6.37) en Christus op de koude steen (afb. 1.22c). Enkele apostelen en de Christusfiguur van de apostelbalk in Neeroeteren ( afb. 1.22d) zijn vergelijkbaar met de beelden van Christus en discipelen in het Catharijneconvent te Utrecht (afb. 1.17). Van de werken in Siersdorf staan de H. Bisschop (afb. 1.23a) en Johannes de Doper (afb. 5.12) n og het dichtst bij enkele beelden in Neeroeteren, waarbij vooral het laatste werk nauwe parallel- len vertoont met de Christusfiguur van de apostelbalk van de laatstgenoemde plaat s (afb. 5.11). Een aantal vrouwelijke heiligen in Siersdorf (afb. 12.1) , zoals Catharina, Elisabeth en Lucia (afb. 1.23b), komen in de schematische weergave overeen met enkele werken in Neeroeteren. Dat er een relatie in stijl moet bestaan tussen beide beeldenensembles wordt ook bevestigd door de overeen- komst tussen het Marianum in Neeroeteren en de zogenaamde ‘Langhaus- madonna’ te Siersdorf (afb. 5.15-5.16) . 40 De ‘ oxaalboog’ in de kerk van Siersdorf met het Visioen van keizer Augustus en de Tiburtijnse sibille (afb. 1.23c- d, 12.7) rekenen Lemmens en De Werd eveneens tot de variant Siersdorf-Neeroeteren. De werken van deze groep beschouwen zij als het product van een tweede generatie beeldsnijders in het Elsloo-atelier, ‘nog zeer getrouw aan de voor beelden, maar zonder de ondergrond van een direkt kontakt met de Nederrijn. Evenals bij de eerste groep zal men met meer dan een in deze trant werkende beeldhouwer rekening moeten houd en.’ 41 Maaseik : de beelden rond het referentiewerk in deze groep, de Annatrits in Maaseik (afb. 1.24), worden volgens Lemmens en De Werd gekenmerkt door ‘ de sterk gestileerde kopvorm en de wat kinderlijke express ie’. 42 Bi j de meeste vrouwenfiguren springt het stijve kapsel in het oog dat ‘als harde, getande rollen naast het gezicht’ ligt, evenals de drukke, minder plastische plooival. Binnen deze Maaseikgroep zijn de Mariana talrijk vertegenwoordigd, met exemplaren in onder meer de parochiekerken van Thorn (afb. 1.3), Horst ( afb. 1.6), Neer en Wessem. Verder bevindt zich in het Catharijneconvent te Utrecht een Marianum dat eveneens tot deze variant gerekend kan worden. De Maaseikse Annatrits toont tot in het detail – zoals het karikaturale kind – hoe nauwgezet de geijkte modellen werden nagevolgd, maar tevens 1.20 1.21 Afb. 1.18 H. Catharina, Londen, Victoria and Albert Museum, inv. 475-1895, detail Afb. 1.19 H. Maagschap, Berlijn, Bode-Museum, inv. 482 Afb. 1.20 Maria en Johannes de Evangelist, Frankfurt, Liebieghaus, inv. 899-900 Afb. 1.21 Piëta, Maastricht, Bonnefantenmuseum, inv. 4060 BM
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=