A Masterly Hand / Scientia Artis 9

Elsloobeeldenbestand. Omdat deze indeling in stilistisch samenhangende groepen bij het interdisciplinaire onderzoek nog van belang kan zijn, wordt hier wat dieper ingegaan op de motieven van de twee onderzoekers voor de samenstelling van deze varianten. In het korte bestek van deze bijdrage zal slechts een gedeelte van de talrijke nieuwe toeschrijvingen van 1974 ter sprake kunnen kom en. 31 Le mmens en De Werd hebben de volgende groepen of ­ varianten samengesteld: Elsloo, Siersdorf-Neeroeteren, Maaseik en Beek. Elsloo : een kerngroep rond de Sint-Anna te Drieën in Elsloo (afb. 1.1). Dit beeld staat samen met de Annatrits in Rindern (afb. 1.10) model voor de stijl van het gehele atelier. Beide werken vertonen ‘een gekunstelde lichaamshouding, een weelderige plooival me t een ui tgesproken hard karakter en fraaie doch weinig persoonlijke gezicht en’. 32 D eze kenmerken stemmen overeen met de stijl van de Kleefse sculptuur, in het bijzonder met die van de beeldsnijders Dries Holthuys en de Meester van de Emmerikse Kerkkroon. Typisch zijn verder de handen met de gespreide, langgerekte vingers en het kapsel van de vrouwelijke heiligen met het karakteristieke vrijgelaten driehoekige vlakje op het voorhoofd boven de hoofdba nd. 33 Da arnaast vormt het dartel kind in de armen van zijn moeder een herkenbaar element, evenals de onrustige plooival en de hoekige uiteinden van het gewaad die brokkelig aan elkaar grenzen. Al deze kenmerken komen duidelijk naar voren bij de Maria met Kind in Gaesdonck (afb. 1.5), die zeer dicht bij de Maria van de Annatrits in Elsloo staat. De Annagroep in Montfort (afb. 1.2) komt wat stijver en onevenwichtiger over, maar is in vele opzichten vergelijkbaar met de Sint-Anna te Drieën in Rindern. De vier voornoemde werken bevatten volgens Lemmens en De Werd alle elementen die bij een aantal vrouwelijke heiligen uit het Elsloo-oeuvre worden aangetrof fen. 34 H et ‘Elslootype’ voor de mannelijke heiligen achter­ halen de onderzoekers via de figuur van keizer Maxentius aan de voeten van de Catharinafiguur in de collectie van het Victoria and Albert Museum in Londen (afb. 1.18). Het norse koptype van de keizer met geprononceerde jukbeenderen en uitstaande haar- en baardpartij is sterk verwant aan dat van beelden in musea in Utrecht, Londen en Cleveland en in de kerken van onder andere Neeroeteren, Rheindahlen, Heinsberg en Stramp roy. 35 O ok de hoofden van de mannenfiguren in een kleine beeldengroep met Anna, Joachim en familie, een zogenaamde Heilige Maagschap, in het Bode-Museum te Berlijn vertoont opvallende gelijkenissen (afb. 1. 19). 36 Le mmens en De Werd voegen nog enkele beelden aan de Elslookerngroep toe die de karakteristieken in meer of mindere mate bezitten, waaronder een Samsonbeeldje in het Londense Victoria and Albert Museum ( afb. 7.2) , een Lambertusbeeld uit de vroegere Parijse verzameling Gillot (afb. 5.7) e n een U rsula en een Maria met Kind in het Kaiser-Wilhelm-Museum in Kref eld, 37 als mede een Michael in het Keulse Schnütgenmuseum, een Leonardus in het Louvre (afb. 5.6) , twee beeldjes van Maria en Johannes in het Liebieghaus in Frankfurt (afb. 1.20) en een kleine Piëta uit Hunsel, thans in het Bonnefantenmuseum (afb. 1.21). Zij zijn van mening dat de beelden in de Elslookerngroep de werken uit de hieronder genoemde varianten Siersdorf-Neeroeteren, Maaseik en Beek in virtuositeit ver overtreffen. De kerngroep draagt dan ook terecht de (nood)naam van de 1.19 1.18

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=