A Masterly Hand / Scientia Artis 9
Derich Heisterman verkocht met toestemming van zijn niet nader genoemde echtgenote op 28 augustus 1553 2 staal akkerland buiten Zwartbroek aan Johan van den Graeve en Anna van Oel. Ter financiering van deze aankoop verkocht Johan van den Grave ten laste van dit perceel een rente van 1,5 Brabantse gulden aan meester Bado van den Gra ve. 119 Z oals we zagen, hadden de erf genamen van Johan van Oel en Nael op 23 oktober 1551 ook reeds een rente verkocht aan Bado van den Grave. Bado was in ieder geval tot in 1531 secretaris van Roermond geweest en had twee dochters. Na het overlijden van zijn echt- genote werd hij tot priester gewijd. Van 1532 tot zeker in 1569 was hij pastoor te Montfo rt. 120 Jo han van den Grave was dus geen zoon van Bado. De zakelijke relaties tussen Johan van den Grave en zijn familieleden en Bado kunnen nochtans gebaseerd zijn geweest op verwantschap en/of de mogelijk gezamen- lijke herkomst uit Grave. Op 10 april 1562 verleende Johan van den Graeff met toestemming van Anna aan Areth van den Veldt en Jutte vrijwaring van aanspraken wegens een perceel buiten de Zwartbroekpoort dat hij aan laatstgenoemden had verkocht. Hij stelde daarvoor een huis aan de minder- broeders tot onderpa nd. 121 Een andere erfgenaam, Derich Heisterman, verkocht op 3 januari 1550 met toestemming van Mette een rente van 2 Hornse postulaatgulden ten laste van 4 staal land buiten Zwartbroek aan Jan van Ercklantz en Jacob Puyll als meesters van de broederschap van Sint-Elooi, de broederschap van de smeden. Op 2 maart 1551 verkocht Dederich Heysterman de smid met toestemming van Mette 2 staal akkerland buiten de Zwartbroekpoort en enige dagen later een rente van 4 Brabantse gulden ten laste van zijn huis aan het Zwartbroek tegenover de po el. 122 Ee rder werd reeds aangehaald dat hij op 28 augustus 1553 2 staal land buiten Zwartbroek overdroeg aan Johan van den Graeve. Jacob van Blerick droeg op 1 april 1549 met toestemming van Byllyck, zijn echtgenote, een rente van 2 sester rogge ten laste van zijn huis in de Bakker- straat over aan Jan van Ercklantz de smid en Christina. Ook deze erfgenaam van Johan van Oel en Nael was smid van bero ep. 123 H ij was zoals zojuist beschreven in 1550 meester van de Sint-Elooibroederschap en in 1549 met Meus Slaitmeker meester van de Sint-Lodewijksbroederschap ‘in den Op’, die aan de parochiekerk verbonden zal zijn gewee st. 124 H et toponiem ‘Op’ dat nog voortleeft in het huidige Bui tenop, m oet immers ter plaatse van de Sint-Christoffelkerk worden gesituee rd. 125 Conclusies Gaert van Oel, gehuwd met Ummel, die vermeld wordt in de jaren 1548-1556 en 1570 en een meerderjarige dochter had in 1550, moet in het begin van de zestiende eeuw zijn geboren. Hij was in ieder geval een leeftijdgenoot van de bejaarde Goert van Oel de beeldsnijder die in 1573 een plaats kreeg in het grote gasthuis op de Steenweg. Onderzoek in de bronnen heeft geen andere Gaert van Oel aan het licht gebracht, zodat het zeer waarschijnlijk is dat Goert van Oel de beeldsnijder identiek is aan degene die in de jaren 1548-1556 met Ummel was getrouwd. Gaert van Oel was een zoon van Johan van Oel en Nael. Het echtpaar dat tussen 29 april 1550 en 22 oktober 1551 overleed, moet toen hoogbejaard zijn
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=