A Masterly Hand / Scientia Artis 9
vanWevelkoven. Zij was te Venlo gehuwd met een beeldsnijder uit Denemarken, meester Hans Meyler. Zij hadden de hof in gebruik. Rond 1511 werd Venlo belegerd. De hoeve die overigens met schulden was beladen, brandde af. Het echtpaar vertrok naar Denemarken en liet het beheer van de hof over aan Herman van Werden, burger te Venlo. Tot zover het procesdoss ier. 58 De vanuit Denemarken afkomstige beeldsnijder roept associaties op met een andere reizende beeldhouwer en beeldsnijder, de tijdgenoot Ludwig Jupan. Deze was omstreeks 1460 te Marburg geboren. Hij voltooide in de jaren 1498-1500 het hoofdaltaar van de Sint-Nicolaaskerk te Kalkar en keerde in 1508 naar Marburg ter ug. 59 D e achternaam ‘Meyler’ kan wijzen op het beroep van schilder. De beeldsnijder zou dan niet alleen houten beelden vervaardigen, maar deze ook polychromeren. Hans Meyler komt als zodanig niet voor in de Venlose archiefbescheiden van rond 1500, of hij zou identiek moeten zijn aan Hans ‘(den) bildensnijder’ die in 1502 twee keer in de oorkondecedulen wordt genoemd. Deze bleek aan Gerhart Sweyn 7 gulden 5 stuiver en aan Jan van Coellen 1,5 gulden schuldig te z ijn. 60 In 1506 nam de stad Venlo schutters in dienst ter bewaking van de vesting- werken. Onder de Venlose namen treft men een Joost ‘bildesnijder’ aan over wie verder niets bekend is. 61 O p 13 juli 1525 droegen Henrich Kaell ‘ der byeldesnijder’ en zijn echtgenote Belye aan Gerit Schers van Aersschen en Katheri ne een r ente over die zij jaarlijks ontvingen ten laste van een huis op het Schrik sel. 62 Pas vanaf 1527 wordt een beeldsnijder in de stadsrekeningen genoemd, te weten Johan ‘den byeldensnijder’. In 1527 kreeg hij 1 gulden 3 albus 7 heller om ‘dat briet te maelen totter accijs en’. 63 Al s beeldsnijder voerde hij dus ook schilderwerkzaamheden uit, in dit geval waarschijnlijk aan het bord waarop de verschuldigde stedelijke accijnzen waren vermeld. De stadsrekening van 1528 vermeldt de uitgavenpost: ‘Itemmeister Johan die byeldesnijder die laen voir dat raethuys ind mitten tween leuwen gemaickt oen daervan gegeven 4 guld en’. 64 Waarschijnlijk had hij een leuning met twee leeuwen voor het stadhuis vervaar- digd. De wapens van de hertog van Gelder aan de Helpoort die in 1541 door Rutger ‘de meelre’ werden geschilderd, waren tevoren door meester Jan ‘bielde snieder’ gestok en. 65 Ee n jaar later, in 1542, kreeg Johan ‘byldsnijder’ geld ‘van der stadt waepen to steecken’. Aangezien in dezelfde uitgavenpost het vervoer ‘ van den steyn’ werd verantwoord, kan verondersteld worden dat Johan het stadswapen in steen vervaardig de. 66 O verigens maakte de stad Venlo ook gebruik van Waalse steenhouwers. Rutger ‘der meelre’ maakte in 1542 immers twee ontwerpen van het stadswapen ‘ind den Waelen mitgegeven op die leuwen to houwen’. Begin februari 1542 had het stadsbestuur een overeenkomst gesloten met meester Wilhem van Naemen betreffende ‘dat sitten ind pijler mitten lewen vur dat raithuyss’. Het betrof kennelijk stenen zitplaatsen en pijlers. Bij die gelegenheid waren tweeëndertig kwarten wijn verte erd. 67 Jan ‘der byeldesnijeder’ wordt nog in geheel ander verband in archief stukken genoemd. In 1541 werden hij en Rochus Mercator door de schout voor de schepenbank Venlo aangeklaagd. Jan de beeldsnijder zou de schout hebben gezegd ‘dat wes men meer van Unser Liever Vrouwen zolde halden, hij hilde sijn vrouwe so werdich als Unse Lieve Vrouwe’. Hij zou aldus niet met de
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=