A Masterly Hand / Scientia Artis 9

67 Gerard Venner 3 66 ­ Straelen en Erkelenz. In het huidige Zuid-Limburg behoorden Sittard en omge- ving tot het hertogdom Gulik. De landen van Overmaas – de landen van ­ Valkenburg, Dalhem en ’s Hertogenrade – waren in personele unie met het hertog­domBrabant verbonden, terwijl in het tweeherigeMaastricht het overheids­ gezag in handen van de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant lag. Stadswording Roermond blijkt al in 1204 in het bezit van de graaf van Gelder te zijn, wanneer hij het met enige andere plaatsen als eigen goed ( allodium ) in leen opdraagt aan de bisschop van Luik. Het belang van Roermond voor de graaf van Gelder moet groot zijn geweest. Bij de volgende vermelding in 1214 – de verwoesting door koning Otto IV – wordt het immers de beste nederzetting ( villam ­ optimam ) van de graaf van Gelder genoemd. De eerste aanwijzing voor de ontwikkeling van Roermond tot stad is te vinden in een akte van 1221. In 1234 is die fase als afgesloten te beschouwen. Grote invloed op de stads­ wording moet aan de graaf van Gelder worden toegeschreven. Indicaties daar- toe vormen niet alleen de traditie sedert de kroniek van Willem van Berchem, geschreven in de vijftiende eeuw, en de afbeelding op het eerste stadszegel uit 1250, te weten het wapen van de graaf, maar ook de omstandigheid dat in de dertiende eeuw de stadsbodem, het gewandhuis, de wolwaag, de zoutmaat en de gruit aan de graaf van Gelder toebehoorden. De geschetste ontwikkeling zal zoals elders gemarkeerd zijn geweest door het verlenen van een of meer stadsprivileges. Er zijn echter geen stadsprivileges voor Roermond uit de der- tiende eeuw overgeleverd. Gelijktijdig met de ontwikkeling van Roermond tot stad werd aldaar in de jaren 1219-1220 door graaf Gerard IV van Gelder en zijn moeder de Munsterabdij gesticht, waarbij de Munsterkerk waarschijnlijk vanaf het begin als grafkerk van de grafelijke familie was geconcipieerd. Graaf Gerard IV en zijn echtgenote Margaretha van Brabant zijn er begrav en. 3 Te Venlo moet de graaf van Gelder in de loop van de dertiende eeuw een vaste positie hebben verworven. De Venlose schepenen maakten in ieder geval vanaf 1269 gebruik van een zegel dat op het wapenschild mede de Gelderse leeuw laat zien. De nederzetting Venlo vertoonde tegen het einde van de der- tiende eeuw al stedelijke kenmerken. Venlo werd in 1272 en 1290 als oppidum aangeduid, welk begrip wijst op een stad, waarschijnlijk nog in wording, dan wel op een versterkte nederzetting. Nadat Reinald II in 1337 en 1339 nog een duidelijk onderscheid had gemaakt tussen Gelderse steden enerzijds en het dorp Venlo anderzijds, verhief hij Venlo op 1 september 1343 blijkens de bewaard gebleven stadsrechtoorkonde tot stad. De nieuwe status blijkt ook daaruit dat het oude schepenbankzegel vervangen werd door een stadszegel. In Venlo is de stadswording eveneens gestimuleerd en voltooid door de­ Gelderse landsheer. Ze kwam echter ruim een eeuw later dan die te Roermond tot afsluiti ng. 4 Stedelijke economie Lakennijverheid en handel waren de pijlers waarop de economie en welvaart van Roermond rustten. Het ‘wollenambt’, het lakengilde, was het belangrijkste gilde van de stad. Ten behoeve van het proces van de lakenbereiding waren op

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=