A Masterly Hand / Scientia Artis 9
plaatsen die voor de toeschouwer amper zichtbaar zijn, op verschillende manie- ren afgewerkt, bijvoorbeeld met Tremolierung of vlak. Het is echter niet zo dat elementen die bij de beelden in hun originele positie waarschijnlijk moeilijk of niet zichtbaar waren, per definitie minder gedetailleerd werden uitgewerkt. Men dient op te merken dat de graad van afwerking en detaillering binnen de Elsloogroep niet zonder meer als criterium kan dienen om de kwaliteit van de uitvoering van het snijwerk te beoordelen. Originele polychromie en overschilderingen De huidig zichtbare verflagen zijn behoorlijk lacunair en komen voort uit verschillende interventies. Om zoveel mogelijk informatie te vergaren over de lagenopbouw met een niet-destructieve onderzoeksmethode, werd in eerste instantie gekozen voor een visueel onderzoek van de lacunes met behulp van een stereomicroscoop. Om bijkomende gegevens te verkrijgen werden vensters gemaakt die trapsgewijs alle lagen tonen tot en met de houten drager. Ter controle van deze ‘stratigrafische vensters’ werden er per kleurzone met het scalpel enkele conische boorgaten gemaakt die onder de microscoop werden onderzocht. De voorbereidende lagen van de eerste beschildering volgen de traditionele opbouw eigen aan gepolychromeerde houten beelden van het einde van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw. Zo werd op het gehele beeld, rechtstreeks op de drager, een honingkleurige laag aangetroffen. Dit is de iso- latielaag die dient als buffer- en hechtingslaag tussen de drager en de daarop volgende preparatielaag. Ze werd niet geanalyseerd, maar is naar traditie een collageenli jm. 20 H ierop ligt een dunne, witte preparatielaag die dient om het grofnervige eikenhouten oppervlak en imperfecties van het beeldsnijwerk te egaliseren. Uit analyses uitgevoerd in de laboratoria van het KIK blijkt deze te bestaan uit krijt (CaCO 3 ), wat gebruikelijk is in Noord-Eur opa. 21 V olgens de opbouwlogica zou er op deze preparatielaag opnieuw een isolatielaag moeten zijn aangebracht. Deze zou de hygroscopiciteit en de porositeit van de preparatielaag aanzienlijk verminderen, wat cruciaal is om overmatige absorptie van bindmiddel van de daaropvolgende lagen te vermijden. Een dergelijke laag werd echter niet waargenomen. Vervolgens werd de vaalroze inkarnaatkleur aangebracht. Op de torso is deze samengesteld uit krijtpoeder, loodwit (2PbCO 3 ), vermiljoen (HgS) en rode o ker. 22 In de dwarsdoorsnede van een staal genomen aan de rechterarm werd geen rode oker aangetroffen, maar wel enkele partikels rode lak. Dit wijst erop dat de inkarnaatkleur en de samenstelling niet overal hetzelfde zijn. Deze laag werd nadien fijn geschuurd of gebruineerd tot een glans werd verkre gen. 23 Uit Christus’ wonden vloeit er overvloedig bloed dat met kraplak werd uit- gevoerd, op enkele plaatsen in twee lagen om de kleurintensiteit te verhogen en de transparantie van deze laag te verminderen (afb. 1 3.7). 24 B ij de onder armen lijkt het uitvloeiende bloed vanaf de pols gedeeltelijk het aderpatroon te volgen om vervolgens aan de bovenarmen te eindigen in afzonderlijke bloed- druppels (afb. 13.8). Vanaf de steekwonde in de rechterzij stroomt het bloed tot aan het perizonium, gaat hieronder door zonder het te bevlekken en komt 1 2 Afb. 13.7 Detailopname van bloeddruppel aan de rechterpols: twee rode laklagen Afb. 13.8 Reconstructie van de originele polychromie 13.7
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=