A Masterly Hand / Scientia Artis 9

251 Vincent Cattersel 13 250 Afb. 13.4 Radiografie Afb. 13.5 Situering van het corpus in de boomstam Afb. 13.6 Assemblage van de armen 13.6 met zes gesmede spijkers verstevi gd. 13 Ee n gelijkaardige met spijkers verstevigde verbinding werd door M. Rief beschreven bij een grote Gekruisigde Christus uit Kempen (Maria Geboorteke rk). 14 Op de radiografie zijn aan de achterzijde van het linkerbovenbeen sporen te zien van de vroegere bevestiging van een afhangend stuk textiel van het peri- zonium. Vermoedelijk was dit onderdeel oorspronkelijk echter uit hetzelfde blok gesneden als het lichaam. Gezien de strakke uitvoering van het resterende deel van de lendendoek, is het onwaarschijnlijk dat dit thans ontbrekende ­ element stilistisch overeenstemde met het zwierig gesneden uiteinde van het perizonium van de Christus in de Sint-Martinuskerk van Beek ( afb. 6.5) . Waarschijnlijk sloot het eerder aan bij het strakker afhangende perizonium­ gedeelte van de Christusbeelden in de parochiekerken van het Nederlandse Ittervoort en van het Duitse Koslar, Breyell en Gangelt (af b. 6 .8, 6. 9, 6. 11, 6.12) . Aangezien vrijwel het gehele Christusbeeld bedekt is met polychromie, kon het houtoppervlak enkel in lacunes in de verflagen worden onderzocht. Hieruit blijkt dat het bijzonder fijn en verzorgd werd afgewerkt, waardoor er geen werktuigsporen waar te nemen zijn. 15 In bepaalde zones was het wel mogelijk om op basis van materiaalspecifieke kenmerken de productiewijze te achter­ halen. Zo werden de afzonderlijke haren en de haarlokken weergegeven door twee verschillende groottes van burijnen te gebruiken. Het centrum van de krullen werd voorgebo ord. 16 V oor de plooival van de lendendoek werden er verschillende gutsen gebruikt. De aders werden in het hout gesneden, de tepels werden erin geponst met een cirkelvormig werktuig en de randen van de oog- leden en van de irissen werden met enkele loodrechte steken van een guts geaccentueerd. Op basis van de radiografische opname is vast te stellen dat het interval van de jaarringen onregelmatig is. Dit doet vermoeden dat het om lokaal hout gaat en niet om geïmporteerd hout uit bijvoorbeeld de Baltische re gio. 17 B ij het visueel onderzoek en de studie van de radiografie werden geen knoesten in het hout waargenomen, wat echter wel het geval was bij de flankerende Maria- en Johannesbeel den. 18 V ermoedelijk werd bij de vervaardiging van de groep het meest kwaliteitsvolle hout voorbehouden voor de Christusfiguur. Bij een vergelijking van de Christus uit Ellikom met andere grote Christus- figuren uit de Elsloogroep blijkt dat er een grote diversiteit is in de graad van detaillering en afwerking van het snijwerk (zie tabel in bijlage). 19 H iermee wordt onder meer het al dan niet aanwezig zijn van een enkele of dubbele huidplooi boven de navel, aders op armen, benen en voeten, een rimpel boven de neusbrug of kraaienpootjes bedoeld, alsook de uitwerking van deze elemen- ten. Ook de haren van de Christusfiguren zijn aan de boven- en achterzijde,

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=