A Masterly Hand / Scientia Artis 9
Meester van Beek Deze noodnaam kwam eind jaren veertig voor het eerst in enkele publicaties van Timmers ter sprake, zoals onder meer in Houten beelden dat in 1949 in de reeks De schoonheid van ons land uitkwam. Timmers noemde de anonieme beeldsnijder naar de plaats Beek in Belgisch Limburg waar zich in de parochie- kerk een Calvariegroep bevindt (afb. 1.7). Deze ‘Meester van de Beekse Calvarie’ of kortweg ‘Meester van Beek’ was volgens Timmers ook verant- woordelijk voor een Christusbeeld in de kathedraal van Luik. Een Piëta in de kerk van Horst (afb. 1.8) beschouwde hij als een werk van een leerling. Hoewel de stijl van de Meester van Beek sterk aan die van de Meester van Elsloo doet denken, was deze beeldsnijder aan diens persoonlijke stijl te zien ‘in genen dele diens navolger’. De Meester van Beek was ‘een begaafd meester met een eigen visie en stijl. Zijn scherp gesneden, stroeve koppen, zijn uitgemergelde Christus figuren met hun bijtende smartelijkheid, hoekig en hard van expressie, verhef- fen zijn werk boven het alledaag se.’ 10 Ti mmers deelde de veronderstelling van Devigne niet dat de maker van de Beekse Calvariegroep afkomstig zou zijn uit het atelier van de Duitse beeldsnijder Veit Stoss. In zijn ogen is de Beekse Calvarie veel meer als een verdere ontwikkeling van het Maaslandse type te beschouwen. Timmers besloot in 1949 het oeuvre rond de Meester van 1.7 Afb. 1.7 Calvarie, Beek, Sint-Martinuskerk, vroegere opstelling op het hoofdaltaar Afb. 1.8 Piëta, Horst, Sint-Lambertuskerk Afb. 1.9 Sint-Anna te Drieën, Amsterdam, Rijksmuseum, inv. BK-NM-1278 Afb. 1.10 Sint-Anna te Drieën, Rindern, Sint-Willibrorduskerk Afb. 1.11 Sint-Anna te Drieën, Schierwaldenrath, Sint-Annakerk
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=