A Masterly Hand / Scientia Artis 9
21 Peter te Poel 1 20 over kerkelijke kunst in Sittard in 1936 waren Timmers de stilistische overeen- komsten tussen de beelden van Sint-Anna te Drieën uit Elsloo en Montfort ( afb. 1.2) al opgevall en. 4 Aa n deze twee Annabeelden voegde hij in 1940 op stilistische gronden de Madonna’s uit de kerken inThorn (afb. 1.3) en Wijlre toe, evenals een Maria met Kind op de maansikkel uit de Sint-Jacobskerk in Luik ( afb. 1.4). Het laatstgenoemde beeld was volgens Timmers van bijzonder belang omdat het aan de rugzijde van het jaartal 1523 is voorzien. Hij dateerde het ontstaan van het door hem bijeengebrachte oeuvre tussen 1515 en 1535 en eindigde zijn artikel met de wens ‘dat vroeg of laat een historie-bron de identiteit zal prijsgeven van deze kunstenaar van beteekenis, dien wij voorloopig, naar de verblijfplaats van zijn voornaamste werk den ‘Meester van Elsloo’ zouden willen noe men’. 5 Me t deze naam werd de meester uit nood geboren in afwachting van zijn werkelijke naam. Timmers, die de Maria met Kind in Luik bij het oeuvre van de Meester van Elsloo indeelde, was op de hoogte van het werk door de publicaties van M. Devigne. Met name haar boek La sculpture mosane du xii e au xvi e siècle uit 1932 moet voor Timmers een bron van inspiratie zijn gew eest. 6 Devigne gaf met dit standaardwerk niet alleen een belangrijke aanzet tot de systematische ontsluiting van de Maaslandse middeleeuwse beeldhouwkunst, maar kwam met haar zorgvuldig beredeneerde en grondig onderbouwde tekst, begeleid door een groot aantal foto’s, ook tegemoet aan het kunsthistorisch onderzoek. Door de uitgebalanceerde combinatie van woord en beeld maakte zij het voor de lezer mogelijk om de stijl van de werken onderling te vergelijken. Timmers maakte dankbaar gebruik van deze publicatie en verwees er meer- maals naar. Zo was hij het met Devigne eens dat vele laatgotische beelden in het Maasland qua stijl een Duitse of Kleefse invloed verraden. De Sint-Anna te Drieënbeelden in Elsloo en Montfort, evenals de Maria met Kind in Wijlre, die overigens niet in het boek van Devigne voorkomen, duidden volgens Timmers ook op ‘Duitsche origine’ of althans op ‘Duitsche scholi ng’. 7 De ontdekking van de Annatrits in Elsloo en die van een aantal andere werken uit het samen gestelde oeuvre is Timmers’ verdienste. Alleen de Maria met Kind in Luik en het Marianum in Thorn ontleende hij aan Devigne, die deze werken bij haar Kleefse groep had ingedeeld. Het is opmerkelijk dat Timmers bij het samen stellen van het oeuvre rond de Meester van Elsloo in 1940 een aantal beelden uit Devignes Kleefse groep buiten beschouwing liet, zoals de Mariabeelden in Gerdingen bij Bree, in een privéverzameling (voorheen in de verzameling Van Herck) en in het Collegium Augustinianum in Gaesdonck bij Goch ( afb. 1.5), die enkele onderzoekers later wel met de Meester van Elsloo in verband brachten. De Maria met Kind in Gaesdonck heeft het zelfs tot een sleutelwerk binnen het Elsloo-oeuvre gebracht. Nadien koos Timmers er toch voor om nog twee andere werken uit de Kleefse groep van Devigne op te nemen, te weten het Marianum in Horst (afb. 1.6) en de Sint-Anna te Drieën in Maaseik ( afb. 1. 24). 8 In een aantal volgende publicaties stelde Timmers Opper-Gelre voor als het gebied waar de Meester van Elsloo werkzaam is geweest. Opper- Gelre, dat ook als het Overkwartier van Gelre bekend staat, omvatte een gedeelte van het noorden van de huidige Nederlandse provincie Limburg tot en met Roermond, de hoofdstad van dit gebied, en Venlo, evenals de aangrenzende streek in Duitsla nd. 9 1.6 Afb. 1.6 Marianum (koorzijde), Horst, Sint-Lambertuskerk
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=