Gedurende het hele jaar 2018 neemt het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) deel aan aan het project Horta Inside Out door zowel het grote publiek als specialisten een vlotte toegang te bieden tot zijn verzameling negatieven die talrijke verwezenlijkingen van de architect Victor Horta in beeld brengen. Onze fototheek bevat immers honderden foto’s van gebouwen ontworpen door de grootmeester van de art nouveau- en art deco-architectuur in België. Het merendeel ervan is gelegen in het Brussels Gewest, maar er zijn ook enkele voorbeelden in Vlaanderen en in Wallonië.
In 1953 werd voor het eerst beroep gedaan op het KIK om art nouveau-gebouwen van Victor Horta te fotograferen. Dat gebeurde op vraag van de Noorse kunsthistoricus Stephan Tschudi-Madsen (1923-2007), die een pioniersrol speelde in de herontdekking van het Europese art nouveau-erfgoed. Hij publiceerde deze foto’s in zijn studie Sources of Art Nouveau, die in 1956 in Oslo van de pers rolde.
De fotoverzameling van het KIK wint nog aan belang door haar negatieven van gebouwen die vandaag zijn verdwenen of verregaand werden getransformeerd. Zo kreeg onze instelling in de loop van de jaren 1950 en 1960 de opdracht om twee emblematische gebouwen van de architect te fotograferen die kort daarna onder de sloophamer zouden verdwijnen: het Maison du Peuple en het hôtel Aubecq. Ook een minder gekend pareltje, het Maison Cousin (1900-1901), werd vastgelegd op gevoelige plaat.
Het Maison du Peuple (1896-1899) werd door Victor Horta ontworpen in opdracht van de Belgische Arbeiderspartij, die in hartje Brussel een coöperatieve arbeidersvereniging wilde oprichten. In zijn memoires preciseert Horta zijn betrachting om “een paleis te bouwen dat geen paleis zou zijn, maar een ‘huis’ waar de lucht en het licht de luxe zouden zijn die de arbeiderskrotten zo lang ontbeerden”. Het gelijkvloers bood plaats aan winkels en een café “waar de consumpties in verhouding zouden staan met de ambities van de bestuurders om het alcoholisme te bestrijden”. Op de verdiepingen voorzag Horta conferentie- en vergaderzalen. Dit grootscheepse programma kreeg vorm in een architectuur in ijzer en glas waarvan de technische en esthetische moderniteit de progressieve visie van de nog jonge politieke partij weerspiegelde. Ondanks al deze troeven en hevig internationaal protest, werd het Maison du Peuple in 1965 volledig afgebroken.
L’hôtel Aubecq (1899-1903) is een statig herenhuis ontworpen voor de industrieel Octave Aubecq en zijn gezin. Het was gelegen op de Louisalaan nr. 520 te Brussel, aan de rand van het Ter Kamerenbos. Op een perceel gelegen tussen twee rijtjeswoningen, trok Horta deze driegevelvilla op. Hij ontwierp ook het meubilair en de volledige decoratie, met onder meer enkele monumentale glasramen.
In 1949 werd bij de stad Brussel echter een vergunning aangevraagd voor de bouw van een “klassewoning” en kort daarop werd het hôtel Aubecq afgebroken. Op initiatief van de architect Jean Delhaye (1908-1993) werd de gevel die uitgaf op de Louisalaan vooraf gedemonteerd met het zicht op een hypothetische reconstructie. In de verzamelingen van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel bleven voorts enkele elementen van de decoratie bewaard, terwijl een deel van het meubilair zijn weg vond naar het Musée d’Orsay in Parijs.
Horta was bijzonder opgezet met deze hoogst virtuoze realisatie en zijn vriend Pierre Braecke beelde zelfs de maquette van het hôtel Aubecq af in een van de zes bas-reliëfs die de eetzaal sieren van de privéwoning van de architect, die vandaag is getransformeerd tot Hortamuseum.
De verbouwingswerken die Horta in 1900 en 1901 uitvoerde aan het Maison Cousin werden op hun beurt fotografische gedocumenteerd door het KIK, en dit net voor de verbouwde gedeelten in 1969 werden gedemonteerd. Horta had het achterste deel van dit oude herenhuis op de Charleroisesteenweg te Sint-Gillis omgevormd, onder meer met de bouw van een grote wintertuin met een beglaasd dak.
Naast deze negatieven die het KIK maakte om de herinnering levendig te houden aan een erfgoed dat gedoemd was om te verdwijnen, bevat onze fototheek ook enkele honderden reproducties van in het Hortamuseum bewaarde zwart-wit foto’s van gebouwen van Victor Horta.
Deze foto’s werden genomen door Jean Delhaye, die zich vanaf de jaren 1950 inspande om de overheid te overtuigen van de noodzaak om Horta’s meesterwerken te beschermen. De gebouwen werden in die periode immers enerzijds bedreigd door de vergetelheid waarin de art nouveau was gevallen en anderzijds door de ongekende bebouwingsdruk die Brussel toen onderging. Onvermoeibaar vereeuwigde Jean Delhaye met foto’s de interieurs en buitenzijden van deze gebouwen. In 1972 gaf Suzette Henrion-Giele, de toenmalige conservator van het Hortamuseum, het KIK de opdracht om meerdere fotozendingen uit te voeren om opnieuw te beschikken over negatieven van deze foto’s.
Ten slotte voerde het team van het KIK meer recentelijk op vraag van de Directie Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zeer gedetailleerde fotozendingen uit in drie van de vier gebouwen in Brussel die door de UNESCO zijn erkend als Werelderfgoed van de Mensheid. Het gaat om de hôtels Solvay en van Eetvelde, alsook de woning en atelier van Victor Horta, die vandaag plaats biedt aan het Hortamuseum.
Alles van Victor Horta in het KIK : bij het doorklikken op een foto van een object (bijvoorbeeld een gebouw) in de resultatenlijst kan men op BALaT meerdere foto's van hetzelfde object terugvinden, soms uit verschillende periodes...
Gedetailleerde lijst