A Masterly Hand / Scientia Artis 9

Vóór 26 maart 1524 was Cracht Boegel al overleden. Ene Gaert Boegel was in ieder geval van 1507 tot 1530 schepen te Venlo en raadsburgemeester in 1523. Ene Jan Boegel was raadsverwant in 1 536. 38 D e goudsmid Cracht Boegel was dus waarschijnlijk lid van een familie die tot de stedelijke elite behoorde. Ook in Kleef werden de goudsmeden, in tegenstelling tot andere beoefenaren van kunsthandwerken als schilders en beeldsnijders, tot de stedelijke bovenlaag gerekend. Zijzelf of hun verwanten bekleedden er het ambt van schep en. 39 Op 28 september 1524 verklaarden Gelis Boermans en Anna aan Johan de goudsmid de jonge en zijn echtgenote Metgen een rente van 3,5 gulden schul- dig te zijn ten laste van hun huis in de Lomstr aat. 40 Jo han de goudsmid de jonge is mogelijk dezelfde als de Jan/Johan de goudsmid die in 1540 en 1542 voor de schepenbank optrad. Op 5 juni 1540 liet Gerard die Groet door betaling van gerechtskosten vastleggen dat de zoon van Jan de goudsmid het ambacht van zijn vader onbelemmerd kon uitoefenen en dat deze dan ook voor zijn vader in rechte aangesproken kon worden. Gerard Roeder liet tenslotte op 3 juli 1542 rechtens vastleggen dat meester Johan de goudsmid niet zou bouwen op de binnenplaats achter hun huizen overeenkomstig de akten die zij beiden dienaangaande bezat en. 41 Schilders De eerste schilder die in de bronnen naar voren komt, is Hubert ‘der melre’. Hij liet op 3 april 1494 gerechtelijk beslag leggen tot een bedrag van 100 gulden op de goederen die zijn broer Sybert door huwelijk had verworven gelegen onder het gerecht Ve nlo. 42 In 1499 kreeg Hupert ‘den meler’ 12 albus uitge- keerd, omdat hij op bevel van de stedelijke raad op de Helpoort had helpen waken. In hetzelfde jaar schilderde hij de bodebus van de stadsbode Derick Tegelbecker, waarvoor hij 1 albus 6 heller kreeg. Verder schilderde hij voor 2 gulden ‘der groten slangen’, waarmee een stedelijk stuk geschut met een lange loop werd bedoe ld. 43 In 1504 kreeg Hupert ‘dem meler’ 12 albus voor werk aan twaalf paspoorten, mogelijk vrijgeleidebrieven, en twee bodebussen, maar de aard der werkzaamheden werd niet verme ld. 44 Iet s minder helder is de uitgaven­ post in de stadsrekening van 1506, volgens welke Hupert ‘der meler’ 15 albus 7 stuiver kreeg ‘van twee schottellen te maelen daer men biedt op d’heylgen’. Mogelijk doelde men op het schilderen van twee borden waarop bij eed­ afleggingen relieken van heiligen werden gepresentee rd. 45 In deze sfeer passen in elk geval enige uitgavenposten in de stadsrekening van 1514. Derick ­ Walborgen kreeg 14 albus 5 heller voor de vervaardiging van ‘den raem van den crucifix’ en nog eens 14 albus ‘voir dat doick daer dat crucifix op gemaelt is’. Het schilderen van het kruisbeeld zelf werd aan meester Hubert in opdracht gegeven: ‘item meister Hubert gemaelt dat crucifix in dat kastgen daer men die eede op duet’. Hij kreeg daarvoor een veel groter bedrag, namelijk 7 gulden 16 albus en 10 hel ler. 46 In 1516 kreeg ‘meister’ Huebert 10 gulden ‘van die wapenen ind anders dat hij daeraen verdient hefft’. In dat jaar werden verbouwingswerkzaamheden aan het stadhuis uitgevoerd, in welk verband meester Hubert waarschijnlijk wapenschilden heeft geschilderd. Hij kreeg voorts 4 gulden 19 albus betaald ‘ van die koicken to stoffyren ind te overgulden ind wapenen daerop’. Hij had

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=