A Masterly Hand / Scientia Artis 9
65 64 * Senior-medewerker Archieven en Collecties, Regionaal Historisch Centrum Limburg, Maastricht. 3 Beeldsnijders en andere kunstenaars in Roermondse en Venlose bronnen Gerard Venner * Inleiding: op het spoor van de ‘Meester van Elsloo’? De naam ‘Meester van Elsloo’ is een noodnaam die in 1940 door J.J.M. Timmers voor het eerst werd gebruikt om een anonieme beeldhouwer aan te dui den. 1 Ti mmers constateerde tussen sommige beelden in Limburgse kerken een grote verwantschap, zodat zij aan één meester of atelier konden worden toegeschreven. Naar het meest karakteristieke beeld, de Sint-Anna te Drieën in de parochiekerk te Elsloo, noemde hij de beeldhouwer ‘Meester van Elsloo’. De noodnaam verwijst dus naar de plaats waar het beeld zich bevindt en niet naar de woonplaats van de meester. In het aangrenzende Duitsland en België was al voor de creatie van de Meester van Elsloo in 1940 onderzoek verricht naar houten beelden uit de zestiende eeuw. Omstreeks 1910 had men in het Rijnland zestiende-eeuwse beelden gegroepeerd rond een ‘Meester van Siersdorf ’. In de jaren twintig werd in België de noodnaam ‘Meester van Neeroeteren’ gegeven aan de beeld- houwer van een groot aantal beelden in de parochiekerk aldaar. De verschil- lende meesters, wier beelden stijlovereenkomsten bezaten, zouden naast elkaar in dezelfde regio werkzaam zijn geweest. Een stap verder ging de Kleefse archi- varis F. Gorissen. Hij meende dat de beelden die aan de Meesters van Elsloo, Siersdorf, Neeroeteren en anderen waren toegeschreven, uit één groot atelier afkomstig waren dat ruim veertig jaar lang beelden produceerde en waarin verschillende personen naast elkaar werkten. Dit atelier werd eveneens met de noodnaam ‘Meester van Elsloo’ aangeduid. Het hoeft geen betoog dat op deze wijze het aantal werken en het verspreidingsgebied van de sculpturen van de Meester van Elsloo aanzienlijk werden uitgebreid. Door het aldus vergrote verspreidingsgebied kwam Roermond in het vizier. Gorissen veronderstelde dat de tegenwoordige standplaats van de beelden meestal ook de oorspronkelijke was. De beelden zouden dus na hun ontstaan onafgebroken gedurende vele eeuwen in dezelfde kerken hun plaats hebben gehad. De verspreiding van de beelden die werden toegeschreven aan de Meester van Elsloo is in sterke mate rond Roermond geconcentreerd, zodat in deze stad volgens Gorissen en latere auteurs zeer waarschijnlijk het atelier was gevestigd. Tijdens de ordening van het archief van het hoofdgerecht, de schepenbank Roermond, die einde jaren zeventig van de twintigste eeuw startte, werd een te Roermond woonachtige beeldsnijder aangetroffen die een tijdgenoot van de Afb. 3.1 Vermelding uit 1490 van de Roermondse beeldsnijder Johan van Oel, oorkondecedulen, 1477-1490, Gemeentearchief Roermond, archief hoofdgerecht Roermond, inv. 20, f. 37v
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=