A Masterly Hand / Scientia Artis 9

46 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974, brief van 10 augustus 1874. 47 I bid., brieven van 5 september 1874 e n 11 januari 1875; ARA, Bestuur Schone Kunsten, T 004/02, inv. 1300, brief van 5 september 1874. 48 I bid., brief van 4 april 1875. 49 H aslinghuis en Janse 2005: 383. 50 D e Clercq en Snaet 2010: 85-89. 51 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974, b rieven van 5 september 1874, 8 en 10 mei, 23 en 24 juni, 26 juli en 15 december 1875, 6 en 17 mei 1876; ARA, Bestuur Schone Kunsten, T 004/02, inv. 1300, brieven van 17 mei, 20 juni, 13 en 14 juli, 2 3 en 26 oktober, 28 december 1876. 52 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974, brieven van 2 en 18 december 1875. 53 A RA, Bestuur Schone Kunsten, T 004/02, inv. 1300, brieven van 8 november 1874, 12 en 17 april 1875. 54 O ver de Maria en Johannes, zie ook Sint-Truiden 1990: inv. nr. 353 en Geukens 1975: 36. Het moeten wel kopieën of sterk gerestaureerde beelden zijn, gezien het grote contrast tussen de slechte staat van de beelden beschreven door Courroit en hun huidige toestand. Ze konden echter niet van nabij worden onderzocht. De drie andere beelden worden in geen enkele door ons gekende twintigste-eeuwse beschrijving van het kerkinterieur vermeld. 55 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974, facturen van 4 december 1875 en 4 september 1876. 56 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974 en ARA, Bestuur Schone Kunsten, T 004/02, inv. 1300, brief van 26 januari 1876. 57 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974, brief van 3 december 1975; ARA, Bestuur Schone Kunsten, T 004/02, inv. 1300, brieven van 26 en 28 januari 1876. 58 K CML, Neeroeteren, DL 39, nr. 5974, brieven van 12 maart 1907, 10 en 30 juli 1908. 59 I bid., brief van 27 januari 1937. 60 I bid., brief van 23 november 1953. 61 Z ie KIK objectn r. 21699. 62 Z ie KIK dossier 1954.01317. 63 E nkele verfmonsters werden geanalyseerd door Jana Sanyova, zie artikel 9 in deze publicatie. 64 D it werd reeds opgemerkt door T.J. Gerits, zie Gerits 1975: 13. 65 U it een foto van het KIK van rond 1914-1918 ( B20074) blijkt dat dit beeld in die periode in elk geval al tot de a postelenreeks behoorde. 66 G erits 1975: 13. 67 M aas 1906: 192. 68 Z ie Pascale Fraiture, artikel 8 in deze p ublicatie. 69 C laessens 1903: 307. 70 D e apostel wordt geïdentificeerd als Paulus omdat hij vroeger een zwaard droeg (zie KIK fot o A83545 u it 1945). Zie ook Sint-Truiden 1990: inv. nr. 355. 71 R ousseau 1913: 198, nrs. 1974.1-1974.5. Zie ook KIK fot o’s A11557, A11558 e n B10294. 72 I n dit artikel werden de termen ‘restaura- tie’ en ‘restaurateur’ gebruikt, om de aandacht te vestigen op de verschillende invullingen hiervan doorheen de tijd. Bibliografie Boonen 2003 Boonen, M., ‘Henri Telen, meubelmaker en beeldhouwer’, De Maaseikenaar , 34/3 (2003): 144-146. Claessens 1903 Claessens, B., ‘L’église de Neer-oeteren’, Bulletin des Métiers d’Art , 2 (1903): 305-314. Claessens 1950 Claessens, B., ‘In Memoriam Henri Teelen’, Limburg , 29/12 (1950): 238-240. Coenen 1952 Coenen, J., ‘Bij het Gouden Jubileum van Zeereerwaarde Heer B. Claessens’, Limburg , 31/5 (1952): 81-100. Daniëls 1933 Daniëls, P., ‘Province de Limbourg’, Bulletin des Commissions royales d’Art et d’Archéologie , 72 (1933): 370-373. De Borchgrave d’Altena 1926 De Borchgrave d’Altena, J., Notes et documents pour servir à l’ histoire de l’art et de l’ iconographie en Belgique, 1. Sculptures conservées au Pays Mosan , Verviers, 1926. De Borchgrave d’Altena 1936 De Borchgrave d’Altena, J., Het kerkelijk meubilair in de Limburgsche Kempen , Hasselt, 1936. De Clercq en Snaet 2010 De Clercq, L. en J. Snaet, ‘Stuc, staff, carton-pierre en andere imitatie­ technieken’, Steen en Co (Brussels hoofdstedelijk gewest) , Brussel, 2010: 75-100. Driesen 1992 Driesen, W., Bulletin des Commissions Royales d’Art et d’Archéologie (Brussel, 1862-1942) ( Limburgse referenties, 1), Hasselt, 1992. Gerits 1975 Gerits, T.J., Kerkelijk kunstbezit van de Sint-Lambertusparochie te Neeroeteren ( tent. cat. Neeroeteren, Sint-­Lambertus­ kerk) (Kunst en Oudheden in Limburg, 12), Sint-Truiden, 1975. Geukens 1975 Geukens, B., Provincie Limburg. Kanton Maaseik ( Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen), Brussel-Sint-Truiden, 1975. Haslinghuis en Janse 2005 Haslinghuis, E.J. en H. Janse, Bouw­ kundige termen. Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouw­ historie , Leiden, 2005. Maas 1906 Maas, P.-J., Geschiedenis van Neeroeteren , 2, Roeselare, 1906. Piron 2000 Piron, P., De Belgische beeldende kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw , 2, Brussel, 2000. Piron 2003 Piron, P., Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des xix e et xx e siècles , 1, Ohain-Lasne, 2003. Remans 1963 Remans, A., ‘In memoriam Z.E.H.H. Leynen en Claessens’, Limburg , 42 (1963): 65-70. Rousseau 1913 Rousseau, H., Musées royaux du cinquantenaire. Catalogue sommaire des moulages , Brussel, 1913. Sint-Truiden 1907 Exposition provinciale du Limbourg. Art ancien ( tent. cat. Sint-Truiden, Palais de l’Art ancien), Sint-Truiden, 1907. Sint-Truiden 1990 Laat-gotische beeldsnijkunst uit Limburg en Grensland ( tent. cat. Sint-Truiden, Provinciaal Museum voor Religieuze Kunst), Sint-Truiden, 1990.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjI3OTg=