[© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A014790]

Inleiding


Apamea: de grote jachtmozaïek van Triclinos [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché B013845].

Het KIK telt momenteel een honderdtal foto's die werden genomen tijdens de eerste Belgische archeologische opgravingen op de site van de antieke stad Apamea, in het westen van Syrië. Deze foto's, van groot historisch en documentair belang, werden gedocumenteerd, onderzocht en gevaloriseerd. Ze zijn vanaf nu toegankelijk via BALaT, de database van het KIK, en krijgen dus een tweede leven. De behandeling van het fotofonds 'Apamea' van het Instituut start in 2016. In dat jaar verwelkomt het departement Documentatie een jonge Italiaanse archeoloog, Stefano Patullo, afgestudeerd aan de Università Ca' Foscari Venezia in archeologie en geschiedenis van het Nabije Oosten.


Geschiedenis van de site

De oude resten van Apamea overheersen de vallei van de Orontes, in Syrië, op 55 km van Hama. De huidige naam van Apamea is Qal`at al-Madīq. Dit is een van de grootste en belangrijkste archeologische sites van de laat-Romeinse tijd (180-476 n.Chr.). De site is bewoond sinds de tijd van de Hittieten, maar wint pas aan belang nadat Seleucus, een van de veldheren van Alexander de Grote, die rond 300 v.Chr. een rijk sticht waar het huidige Syrië en het grootste stuk van Anatolië deel van uitmaken. Seleucus noemt de stad Apamea ter ere van zijn Perzische vrouw Apame. De stad breidt razendsnel uit en wordt een van de vier belangrijkste steden van het oude Syrië, samen met Antiochië, Seleukeia Pieria en Laodicea. Op 13 december 115 n.Chr. wordt Apamea gedeeltelijk verwoest door een aardbeving. De aanwezigheid in de streek van keizer Trajanus en van zijn opvolger Hadrianus draagt bij tot de snelle heropbouw van de stad. Opnieuw houdt men zich aan een rasterplan. Door Apamea loopt van noord naar zuid een cardo maximus en de stad wordt doorkruist door een belangrijke verkeersas die Antiochië verbindt met Zuid-Syrië.

Na een periode van bloei tijdens de laat-Romeinse tijd komt Apamea in de zevende eeuw onder Arabische overheersing. Van dan af glijdt de stad af tot de status van plattelandsstadje. Het belang van deze archeologische site vloeit vooral voort uit de onafgebroken bewoning, die bijzonder rijke archeologische resten heeft opgeleverd.

Het begin van het archeologische project

De site van Apamea wordt in 1846 geïdentificeerd door de Amerikaanse dominee William Thomson. De eerste opgravingsprojecten worden echter pas in 1928 opgestart, op initiatief van de Belgische archeoloog Franz Cumont (1868-1947) en dankzij financiering door het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO) en door de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG). Als eerste Europese land organiseert België er in 1930 een archeologische missie. Fernand Mayence (1879-1959), professor aan de Leuvense universiteit en conservator van de afdeling Oudheid van de KMKG heeft de leiding over de campagne en kan rekenen op de hulp van architect Henri Lacoste (1885-1968).

In de zes daaropvolgende jaren (1931-1938) worden nieuwe opgravingscampagnes georganiseerd, twee volgende in 1947 en 1953 en nog vier in 1965 en 1969. Professor Jean-Charles Balty neemt dan de leiding van de opgravingen op zich. De laatste campagne dateert van 2010, onder de verantwoordelijkheid van professor Didier Viviers van de Université Libre de Bruxelles (ULB).


Archeologische site van Apamea : het kamp van de archeologen (missie van 1930) [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A014918].

Archeologische site van Apamea: de Grote Zuilengalerij [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A014771].

Apamea: de reconstructie van het portiek van de Grote Zuilengalerij (verwoest in 1946) [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A111830].

Archeologische site van Apamea: de karavanserai [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A097106].

Archeologische site van Apamea: de moskee [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A014810].

Het fotografisch fonds van het KIK

De eerste archeologische missies (1930-1938) en die van 1953 zijn uitvoerig gedocumenteerd door foto's, die in de verzamelingen van het KIK zijn beland. Dit fotografisch fonds telt 796 afbeeldingen, waarvan er 596 werden genomen tijdens de opgravingen in Qal`at al-Madīq. De overige 200 foto's tonen de objecten die werden ontdekt tijdens de opgravingen in Apamea en nadien werden overgebracht naar de KMKG. Deze foto's hebben verschillende onderwerpen: landschappen, opgravingsplaatsen en arbeiders aan het werk, half uitgegraven voorwerpen, architecturale ruïnes. De foto's zijn gekleefd op kartons, waarop men informatie kan vinden over de datering, het onderwerp, de geografische zone waar de foto werd genomen, de afmetingen als het over een archeologisch stuk gaat. Geholpen door al deze informatie verloopt het proces van het heropbouwen van een archeologisch goed uiteraard een stuk vlotter. Dankzij het aantal en de verscheidenheid van deze foto's kunnen we bouwresten van de Romeinse tijd tot het Arabische (Ottomaanse) tijdperk terugvinden, evenals beeldhouwwerken en diverse voorwerpen.

De Grote Zuilengalerij, gebouwd tijdens de tweede eeuw n.Chr., is ongetwijfeld de meest monumentale constructie van de stad. Ze is 37,50 m breed en doorkruist de hele stad over een lengte van 1,85 km. Daarmee is ze de langste en beroemdste stadsverkeersader van de Romeinse wereld. Naast de Grote Zuilengalerij en haar talrijke mozaïeken had Apamea ook een theater uit het einde van de tweede eeuw n.Chr., dat door de archeologen wordt beschouwd als het grootste theater van Syrië en een van de grootste van het Rijk. Het werd heropgebouwd na de aardbeving van 115 n.Chr.

Er werden ook resten van publieke baden ontdekt tussen de zuilengalerij en het noordelijke deel van Apamea. In die buurt identificeerden de archeologen ook een peristilium, hoogstwaarschijnlijk een overblijfsel van een oud gymnasium. De waterbevoorrading van de hele stad gebeurde via een imposant aquaduct, gelegen in de buurt van de noordelijke poort van de stadsmuren.

De meest opvallende en op vandaag best bewaarde private en publieke bouwwerken dateren uit de vijfde en zesde eeuw n.Chr. De opgravingen legden patriciërshuizen, gerangschikt rondom een of twee peristilia, bloot. Het weelderigste huis is dat van Triclinos, met zijn mozaïekvloeren, zoals het beroemde grote jachtmozaïek, dat momenteel in de KMKG wordt bewaard. Het ging hoogstwaarschijnlijk om de residentie van een van de hoogwaardigheidsbekleders van de provincie, misschien wel om die van de gouverneur.

Apamea dankt een groot stuk van zijn rijkdom ook aan het prestige van het orakel dat huisde in een tempel gewijd aan Zeus Bêlos. Keizer Septimus Severus wint vaak de raad in van dit orakel tijdens de voorbereiding van zijn campagnes tegen de Parthen. Daarna, en op vraag van de bisschop van Apamea, wordt de tempel in 384 n.Chr. vernield door de troepen van keizer Theodosius. Op het eind van de vierde eeuw n.Chr., wanneer Apamea uitgroeit tot een belangrijke bisschoppelijke zetel, bouwt men bovenop een oud heidens gebouw een heiligdom om er de relikwieën van het Ware Kruis in onder te brengen. Na de aardbeving van de zesde eeuw n.Chr. komt een nieuw geheel van christelijke bouwwerken, waaronder een kathedraal, in de plaats van het oude heiligdom. In 392 n.Chr. roept Theodosius het christelijke geloof uit tot enige godsdienst van het hele Romeinse Rijk. Het is zijn bedoeling het rijk te verenigen en te versterken, maar er worden theologische disputen uitgelokt door de aanhangers van de verschillende doctrines. De Arabieren kunnen van deze situatie profiteren om Apamea in 636 n.Chr. te veroveren (Slag bij de Jarmuk).

Uit de Ottomaanse tijd is er een moskee met minaret en een serail bewaard gebleven, gebouwd in de vallei onder de citadel van Apamea. De twee bouwwerken zijn te situeren tussen 1550 en 1600.

En zijn ook talrijke resten van standbeelden, die bewaard worden in de KMKG. Het bekendste, Atlanta, is nog slechts een groot blok kalk afkomstig van het onderste deel van het Tycheion, een imposant publiek gebouw tussen de agora en de Grote Zuilengalerij.

De huidige toestand van Apamea

Zoals zoveel andere Syrische steden kreeg Apamea het zwaar te verduren sinds het begin van de burgeroorlog in 2011. Satellietbeelden tonen tientallen uitgegraven greppels rond de site, vooral dan in de belangrijkste archeologische zone (Grote Zuilengalerij en kathedraal). Er is erg veel schade aangebracht door bommen, bulldozers en illegale opgravingen om archeologische resten te recupereren, van beeldhouwwerken tot stukjes mozaïek.


Archeologische site van Apamea: de akropolis/de citadel [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché A097002].

Apamea: de reconstructie van het portiek van de Grote Zuilengalerij (verwoest in 1946) [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché B013849].

De Zaal van Apamea in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis [© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché M000681].

Conclusie

De fotocollectie van het KIK wordt zo een van de zeldzame getuigenissen van wat de site voorstelde tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw. Bij de eerste opgravingscampagne van 1930 werden de opgegraven voorwerpen verdeeld onder het museum van Damascus en dat van Brussel (KMKG). Sinds 1931 is een hele zaal (de Zaal van Apamea) aan deze vondsten gewijd. De reconstructie van een deel van de Grote Zuilengalerij, van de grote mozaïek van Triclinos en talrijke beeldhouwwerken en andere vervaardigde voorwerpen vinden er een plaats. Helaas verwoest een brand in 1946 het portiek en een aantal archeologische voorwerpen.

De foto's kennen vandaag een zeer grote documentaire en historische waarde, maar spelen ook een belangrijke rol bij de renovatie, de reconstructie of de eventuele wederopbouw van steden en sites die getraumatiseerd zijn door de oorlog en het terrorisme.


Vindt hier alle foto's van Apamea in BALaT.


Opzoekingen, identificatie, invoer van de foto's: Stefano Patullo en Joëlle Majois
Artikel: 'Les débuts de la recherche archéologique belge en Syrie et la documentation photographique. Traitement et valorisation du fonds “Apamée”', Bulletin van het KIK, 35.
IT, databanken en web design: Edwin De Roock en Erik Buelinckx
Dankbetuigingen: Cécile Evers, Didier Viviers, Marie-Christine Claes, Bernard Van den Driessche, Christel Buelens