[© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché X038326]

Inleiding


[© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché - DI074035]

Een bijzondere reliekenschat die in België wordt bewaard, is afkomstig van de adellijke cisterciënzerinnenabdij Herkenrode in Kuringen. De schat, die sinds enkele decennia eigendom is van de Sint-Quintinuskathedraal van Hasselt, bestaat voornamelijk uit met textiel ingepakte schedels en kartonnen plaatjes waarop verschillende relieken bevestigd zijn, de zogenoemde miniatuurantependia.

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) is al langer met de studie van de Herkenrode relieken betrokken. In 1992 leidden kunsthistorica Christina Ceulemans, textielingenieur Daniël De Jonghe en textielrestauratrice Vera Vereecken het allereerste diepgaand onderzoek naar deze ingepakte schedels. Naast een inventarisatiecampagne werden alle relieken oppervlakkig bestudeerd en in afwachting op een toekomstig onderzoeks- en conservatieproject werden ze toch reeds ontdaan van stof en oppervlakte vuil. Een eerste wetenschappelijke output werd in 1994 gepubliceerd in het tijdschrift Monumenten en Landschappen.

Meer dan 200 jaar na de verwijdering van de relieken uit de abdijkerk van Herkenrode en 15 jaar na de bovenvermelde campagne, kende de Vlaamse Gemeenschap een projectsubsidie toe aan het KIK om een grondig onderzoek uit te voeren naar deze reliekenschat. Nadien volgde een nieuwe subsidiëring om de noodzakelijke conservatiebehandeling mogelijk te maken.


Onderzoek

Kunsthistorica en textielspecialiste Frieda Sorber kreeg in april 2007 één jaar de tijd om dit onderzoek te leidden. Naast het systematisch bestuderen via microscoop van alle aanwezige weefsels en decoratieve elementen, voerde ze ook een vergelijkende studie uit van binnen- en buitenlandse reliekenensembles. In eigen land bestudeerde ze onder andere de besloten hofjes van Mechelen, Herentals en Diest; over de grenzen heen contacteerde ze onder andere de Zwitserse Abegg-Stiftung, de Duitse kloosters Lüne, Ebstorf en Bentlage en de Keulse Dom en Sint-Ursulakerk.

 

Haar kunsthistorische studie ging gepaard met diverse wetenschappelijke onderzoeken.  Omdat van bij het begin van het project besloten werd om de integriteit van het reliek niet aan te tasten, werd daarom een selectie van acht schedelrelieken en drie beenrelieken uitgevoerd waarbij de stratigrafische opbouw, de verschillende weefsels en het botmateriaal toegankelijk bleken voor verder laboratoriumonderzoek. De stilistische dateringen van de weefsels werden niet alleen getoetst aan de resultaten van de radiokoolstofdateringen, uitgevoerd door Mark Van Strydonck en Mathieu Boudin, maar ook aan de resultaten van de studie rond de organische en anorganische componenten aanwezig in de kleurstoffen, de verflagen en de metalen decoratieve elementen, uitgevoerd door Ina Vanden Berghe en Marina Van Bos.

Hiernaast werden alle 171 botfragmenten van deze collectie morfometrisch geanalyseerd door fysisch-antropologe Marit Vandenbruaene, verbonden aan het toenmalig Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed. Dit onderzoek was belangrijk om de historische gegevens te staven of te weerleggen die gepaard gaan met de legende van Sint-Ursula en de Elfduizend Maagden.

Verschillende deelonderzoeken, gerealiseerd door specialisten uit binnen- en buitenland, werkten eveneens mee aan dit project. De 13de-eeuwse perkamenten folio’s die zich op de bodem van enkele schedelrelieken bevonden werden bestudeerd door Patricia Stirneman, wetenschappelijke raadgever in het Institut de Recherche et d'Histoire des Textes te Parijs. De schedulae werden historisch gekaderd door Philippe George, conservator van de kathedraal van Luik en professor aan de Université de Liège en tenslotte boog kunsthistoricus Geert Wisse, verbonden aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel, zich over de 18de-eeuwse sierpapieren, aanwezig op de achterzijde van enkele miniatuurantependia.





Conservatieproject

Onder leiding van Fanny Van Cleven en met medewerking van Shirin Van Eenhooge, Peter De Groof, Michelle De Brueker, Juliette De boeck en Greta Bocqué werden in 2008 de lijnen voor de conservatiecampagne uitgezet. Het besluit om de integriteit van de relieken niet aan te tasten tijdens het vooronderzoek, werd ook hier opnieuw nageleefd. De 114 reliekhouders werden allereerst grondig ontstoft en waar nodig werd er een grondigere reiniging uitgevoerd, zoals bij de glazen parels en de metalen sierelementen. Om de gedegradeerde en losgekomen weefsels te behoeden voor verdere degradatie, werd er besloten om gebruik te maken van de onderliggende weefsels, die, doordat ze steeds beschermd zijn geweest van invloeden van buitenaf, zich in goede staat bevonden. Hierdoor is het toevoegen van nieuwe materialen aan de kostbare relieken uiterst beperkt gebleven. Waar deze methode niet uitgevoerd kon worden, werden de weefsels toch voorzien van een nieuw steunweefsel of werd er een zijde crêpeline over het gedegradeerd weefsel geplaatst als doorzichtige beschermingslaag.

Uiteindelijk werden alle relieken voorzien van een steunvorm. Deze zijn vervaardigd met zuurvrije en inerte materialen en hebben verschillende functies. Vooreerst vergemakkelijkt dit het manipuleren van de relieken, ten tweede zorgt het voor een betere stabiliteit van vooral de schedel- en de beenrelieken en tot slot vergroot het de leesbaarheid van de overige reliekhouders daar ze licht hellend of rechtopstaand bekeken kunnen worden.

De volledige collectie kon vanaf augustus 2010 opnieuw aanschouwd worden in een speciaal ontworpen vitrinekast in de kooromgang van de Sint-Quintinuskathedraal van Hasselt en dit naar aanleiding van de zeven jaarlijkse Virga Jesse feesten.



Databank

Deze subdatabank groepeert alle 115 relieken, dus ook deze die tussen 1992 en 2007 verdwenen is. Ze bevat verschillende documenten die kruisgewijs gebruikt kunnen worden en die alle uitgevoerde onderzoeken binnen dit project bindt. Het biedt een handige tool voor specialisten in het vak uit binnen- en buitenland die zich in de toekomst eveneens zullen verdiepen in vergelijkende materiaaltechnische studies omtrent de relieken van de heilige Ursula en haar 11.000 maagden.

 

Allereerst worden de reliekhouders gegroepeerd en voorzien van alle gegevens die aan het licht kwamen tijdens dit onderzoeks- en conservatieproject. Naast een uitgebreide fotografische documentatie, wordt ieder reliek gekoppeld aan een pdf-document. Hierin wordt een korte beschrijving gegeven van hoe het reliek opgebouwd is. Alle aanwezige weefsels en decoratieve elementen worden kunsthistorisch en materiaaltechnisch toegelicht. Waar uitgevoerd, worden ook de resultaten van de wetenschappelijke analyses gedeeld. Een beknopt overzicht over de staat van bewaring van het reliek en de uitgevoerde conservatiebehandeling vervolledigen dit document.

 

De uniformiteit van de reliekenschat wordt mede bepaald door het systematisch (her)gebruik van de decor van de weefsels en de decoratieve elementen

Om al deze typologieën op te lijsten, werd alle verkregen informatie, die zowel kunsthistorisch, weeftechnisch als wetenschappelijk van aard zijn, verzameld in onderstaande documenten. Ieder van deze typologieën heeft een bepaalde code gekregen, die eveneens vermeld wordt in het pdf-document dat aan ieder reliek uit deze collectie gekoppeld werd. De grondige technische beschrijving wordt bovendien voorzien van een opsomming van de relieken waar dit weefsel of element nog aanwezig is.

Typologie van de weefsels

De weefsels zijn eerst ingedeeld per grondstof (wol, linnen en zijde) en nadien verder opgesplitst per weefbinding. Enerzijds zijn er de enkelvoudige bindingen zoals linnen-, keper- en satijnbindingen, al dan niet met een figuratie van toegevoegde ketting- of inslagstelsels. Anderzijds zijn er de complexe bindingen zoals onder andere lampas, samiet en drap d’areste. Niet alle weefsels waren gemakkelijk toegankelijk voor dit weeftechnisch onderzoek, vandaar dat ze niet allemaal even gedetailleerd beschreven zijn kunnen worden.

Typologie van de decoratieve elementen

De decoratieve elementen worden onderverdeeld volgens hun techniek of basismateriaal. We onderscheiden hierin de borduurwerken, de kralen, de metalen versieringen, de papieren of perkamenten onderdelen, de bloemen, de verschillende soorten beschilderingen , de kanten in zowel linnen als metaaldraad, de geweven galons, de elementen in knooptechniek en uiteindelijk de verschillende soorten van randafwerking.

 

De technische termen zijn in de publicatie gebundeld in het hoofdstuk Lexicon, maar kunnen hier ook geraadpleegd worden.


[© KIK-IRPA, Brussels (Belgium), cliché X045004]


Publicatie

Deze online inventaris en het tot beschikking stellen van de bovenvermelde documenten, kadert in het project rond de publicatie van het vijftiende volume van de Scientia Artis reeks van het KIK, met al titel Met maagdelijke blik. De reliekenschat van Herkenrode doorgelicht. Hierin worden de historische studie en de wetenschappelijke resultaten gebundeld en gesynthetiseerd.